Home>Project>Emile Braunplein, Gent
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Emile Braunplein, Gent


De heraanleg van het Emile Braunplein en omgeving werd gerealiseerd tussen 2010 en 2012. Het is het sluitstuk van de herinrichting van het voetgangersgebied in de kuip van Gent. Centraal in het ontwerp staat de stadshal. Onder de hal is een grand café dat uitgeeft op een nieuw stadsparkje.

In 1880 werd gestart met de uitvoering van het plan Zollikofer-De Vigne om open ruimte vrij te maken rond de historische torenrij in de kuip van Gent. Het Emile Braunplein werd een open vlakte tussen het Belfort, de Sint-Niklaaskerk en het stadhuis (Botermarkt). Het plein functioneerde in latere jaren als bovengrondse parking.

Het mobiliteitsplan voor de binnenstad uit 1997 leidde tot de invoering van een voetgangersgebied en tot een aanpassing van de publieke ruimte in het historische stadscentrum. De herinrichting van het Emile Braunplein en omgeving is het sluitstuk van die operatie. Het eerste idee om er een ondergrondse parkeer­garage te realiseren, werd verworpen in een volksraadpleging. Een nieuwe prijsvraag stelde als bijkomende eis dat het Emile Braunplein plaats moest bieden aan evenementen en gebruiksgroen.

In 2007 liet de stad het Masterplan Torenrij Gent opmaken. Dat bevat een visie op het samengaan van monumentale, toeristische, economische en mobiliteitsaspecten in de omgeving van de drie torens van Gent, en in het ruimere gebied tussen de Leie en de Nederschelde.

In oktober 2010 startte de heraanleg van het Emile Braunplein. Op 1 september 2012 werden de stadshal en de omliggende pleinen feestelijk ingehuldigd.

Stadshal en stadsparkje

Het projectgebied bestaat naast het Emile Braunplein zelf uit het Goudenleeuwplein, de Poeljemarkt, Klein Turkije, de Stadhuissteeg en de Botermarkt. Naast de pleinen en straten omvat het project ook de aanleg van een stadsparkje en de bouw van de stadshal, inclusief een half ondergrondse ruimte met grand café, fietsenparking, publiek sanitair, artiestenloges en een gas- en elektriciteitscabine.

Het Emile Braunplein en de omliggende pleinen zijn aangelegd in de natuursteen kandla grey. De kern van het voetgangersgebied heeft op die manier een uniforme textuur en aanblik . De stroken met tramsporen (prefab) zijn afgewerkt in uitgewassen beton.

Bij de aanleg van het Emile Braunplein (en de aanpalende Cataloniëstraat) zijn de haltes voor openbaar vervoer vernieuwd. Reizigers wachten nu in alle comfort onder gestileerde halteluifels (in glas en staal) en kunnen de elektronische dienstregeling raadplegen. Speciale aandacht gaat naar integrale toegankelijkheid, onder meer dankzij glooiende hellingen voor mensen met een mobiliteitsbeperking, en rubberen noppentegels voor blinden en slechtzienden.

Centraal in het ontwerp op het Emile Braunplein staat de stadshal. Het gebouw bestaat uit vier betonnen pijlers, een stalen dakgebinte en een houten dak. In het dak zitten ongeveer 1400 vensters, het dak zelf is bedekt met ruim 3000 glazen dakpannen. De vensters geven een spel van schaduw en licht onder de stadshal, de dakpannen zorgen op hun beurt voor een  gevarieerde weerkaatsing van zon en wolken. Overigens  ‘spiegelen’ de twee dakpunten in zowel hoogte als volume de puntgevels van het stadhuis ernaast.

Onder de stadshal creëerden de architecten een bouwlaag die een café-restaurant huisvest, met een terras dat uitgeeft op het stadsparkje. Op dit niveau bevinden zich ook artiestenloges, publiek sanitair, een fietsenparking, en een fietspunt voor herstelling, registratie en verhuur.

Naast de stadshal ligt een stadsparkje met zacht hellende paden, graszones en bomen. De beeldengroep ‘Fontein der Geknielden’ van George Minne kreeg een ereplaats in het centrale grasperk. De Triomfante – in de volksmond ‘Klokke Roeland’ – hangt in een nieuwe klokkenstoel achter de Sint-Niklaaskerk. Beide populaire monumenten werden gerestaureerd vooraleer ze naar hun vertrouwde Emile Braunplein terugkeerden.

Een nieuwe plek

Waar tot voor enkele jaren een banale bovengrondse parkeerplaats lag, kregen het monumentale erfgoed en de historische gevels met de stadshal een evenwichtige tegenhanger. Door haar uitgekiende plaatsing herstelt de hal de oorspronkelijke pleinen Goudenleeuwplein, Poeljemarkt, Emile Braunplein en Botermarkt in ere als aparte zones met een eigen identiteit en sfeer.

De stadshal voegt voorts een paar interessante zichtlijnen toe voor wie via de verschillende toegangsstraten en -stegen naar het Emile Braunplein stapt. Ondertussen is de hal een permanente, overdekte ontmoetingsplaats voor Gentenaars, studenten en toeristen geworden. ’s Avonds wordt het onderdak uitgelicht, zodat het een nieuw hoogtepunt vormt van het lichtplan in de Gentse binnenstad. De hal leent zich het hele jaar door voor bijzondere evenementen.

Het stadsparkje is een plek voor ontspanning en ontmoeting. Het wordt door het publiek spontaan als zonneweide in gebruik genomen. In plaats van aparte bankjes of ander stadsmeubilair biedt de plek overal zitboorden.

Duurzaamheid

Bij de heraanleg van het Emile Braunplein, de bouw van de stadshal en de aanleg van het stadsparkje zijn duurzame materialen gebruikt. Alle gebruikte houtsoorten hebben een FSC-label. De stadshal is ook een duurzaam gebouw. De bouwlaag met het café en het publiek sanitair is opgebouwd als een lage-energie-casco. Het regenwater van het dak wordt opgevangen in regenputten en gebruikt voor het publieke sanitair. De verlichting van de stadshal volgt de regels van het lichtplan van Gent, dat gedoseerd rekening houdt met de omringende monumentverlichting en rationeel energiegebruik.

Het project had als bijkomende doelstelling een centraal openbaarvervoer­knooppunt te vernieuwen. Door de doorstroming van trams en bussen in het historische centrum te optimaliseren en de kwaliteit van de haltes te verbeteren, stimuleert het project de duurzame mobiliteit en de algemene toegankelijkheid van handel, cultuur en horeca.

Tot slot genereert het project ook werkgelegenheid. In het restaurant werkt een twintigtal personeelsleden. Max Mobiel schakelt een drietal voltijds equivalenten in voor het fietspunt onder het Emile Braunplein.