Home>Project>Graf Emile Verhaeren, Sint-Amands
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Graf Emile Verhaeren, Sint-Amands


Uniek monument in uniek landschap

Het stijgende waterpeil van de Schelde had ernstige schade toegebracht aan het graf van schrijver Emile Verhaeren. Het monument werd opgevijzeld en gerestaureerd, de onmiddellijke omgeving werd aangepakt. Met respect voor de eenheid van monument en landschap.

Reeds in 2002 deed de afdeling Zeeschelde van Waterwegen en Zeekanaal nv een oproep tot kandidatuurstelling voor de opwaardering van het graf van Emile Verhaeren in Sint-Amands. Voor deze bijzondere opdracht was maar weinig belangstelling: de afdeling Zeeschelde ontving slechts één kandidaatstelling. Dit feit staat haaks op het belang van het graf van Emile Verhaeren in de geschiedenis van de Belgische landschapsarchitectuur en de integrale benadering van het (Vlaamse) landschap in een publiek ontwerp. Het monumentale grafmonument naar een ontwerp van Louis Van der Swaelmen (1883-1929) -één van de vooraanstaande Belgische stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten- gaat een sterke dialoog aan met een zeldzaam landschappelijk relict: een weidse en ruimtelijk ongeschonden Scheldebocht in Sint-Amands, in Klein-Brabant. In zijn lay-out staat het monument voor een integrale benadering van het landschap als drager van een ontwerp waarin de bezoeker niet alleen van een ingetogen contemplatieve, maar eveneens ruimtelijk zeer verlossende ervaring geniet. Een unieke constructie met een unieke context en dus een uitdagende opdracht voor de ontwerper.

Sarcofaag en riviervallei

Pas tien jaar na de dood van de intussen wereldberoemde dichter en schrijver Emile Verhaeren (1855-1916) werd Van der Swaelmen belast met het ontwerp van het grafmonument. De locatie te Sint-Amands werd samen met bevriend architect Henry Van de Velde gekozen. Het monument zelf werd opgetrokken naar het voorbeeld van de beroemde Griekse Nike-configuratie in het Louvre: bovenop een symbolische scheepsboeg (rostum) is een sarcofaag geplaatst, vanuit een achterliggende nis (exedra) ervaart de bezoeker een schitterend uitzicht op de sarcofaag en de  riviervallei op de achtergrond. De getijdenwerking van de Schelde, waardoor de boegspits twee maal per dag door water wordt omspoeld, werd binnen deze zegeretoriek als essentieel ervaren.

Rond het monument werd de omgeving al even gedramatiseerd uitgewerkt: een scherm van Italiaanse populieren gaat in verticale dialoog met de achterliggende kerktoren van Sint-Amands en een breed pad met aanliggende banken zorgt voor een goede toegang en de mogelijkheid tot beschouwing van de stroom net naast het grafmonument. Landschap en monument vormen een eenheid: de Scheldevallei als machtig ruimtelijk kader en het monument als evocerend baken in en als uitzichtpunt op die vallei. Het buitendijkse monument en de site werden in 1993 integraal als monument beschermd.

Ernstige schade

Reeds lange tijd zorgde het stijgende waterpeil -als gevolg van verschillende Schelde-uitdiepingen en dijkophogingen en van de klimaatwijziging- voor wateroverlast rond het buitendijkse monument. Ondanks belangrijke grondaanvullingen overspoelden maandelijkse springgetijden de omgeving van het monument, met ernstige schade aan de betonnen constructie tot gevolg. Tegen 2002 was de schade aanzienlijk en startten de herstellings- en beschermingsmaatregelen in opdracht van de afdeling Zeeschelde en de gemeente Sint-Amands als eigenaar van de aanpalende Marthe Massintuin, genoemd naar de echtgenote van de overleden schrijver.

Opgevijzeld en gerestaureerd

Na een uitgebreide historische, technische, landschappelijke en hydrologische studie uitgevoerd door verschillende vakspecialisten, werd besloten het monument ongeveer 180 cm op te vijzelen van 6.75 naar 8.50 TAW, waarna een ernstige betonrestauratie startte. Door de vijzeloperatie is het monument in zijn oorspronkelijke monumentale configuratie hersteld en herneemt het zijn rol als baken boven het landschap.

Na de werken aan het monument werd ook de omgeving aangepakt. Hierbij is gestreefd naar versterkte landschappelijke integratie, met de site zelf als filter en overgang naar de ruimere omgeving. Essentieel hierbij is de expansie van de ruimte rond het monument door het verleggen van het dijklichaam waardoor ook de binnendijkse Marthe Massintuin geïntegreerd wordt. De aanplant van een extensieve boomgaard met notenbomen op het dijktalud geeft een natuurlijk, maar geordend karakter aan het geheel. Onderaan de dijk -aan de binnendijkse zijde- wordt de bestaande buffervijver vormgegeven als ‘wiel’, een typisch nat landschapsrelict na dijkdoorbraken.

De site is toegankelijk voor mindermobiele personen via een slingerend kasseipad met grasvoegen vanaf de dijk tot aan het monument. Lage lantaarns zorgen voor een functionele en sobere verlichting van de binnendijkse wandelpaden. In het najaar van 2009 werden ook de nieuwe Italiaanse populieren aangeplant.

De restauratie van de Emile Verhaeren-site is eerder een resultaat van maximale inleving en interpretatie van de plek dan een exuberante drang een nieuw ontwerp te maken. De subtiele ingrepen werden vooral geïnspireerd door een heldere lezing van het Scheldelandschap en zijn rijke geschiedenis.