Home>Project>Hof Kazerne Dossin, Mechelen
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Hof Kazerne Dossin, Mechelen


Het museum Kazerne Dossin is niet in het kazernegebouw zelf ondergebracht maar op de plek waar het tegenoverliggende arresthuis stond. De openbare ruimte tussen beide gebouwen, vroeger gedomineerd door gemotoriseerd verkeer, behoort nu tot de museale ruimte. Ze is geen gewoon stadsplein maar een hof, sober aangelegd van gevel tot gevel. Wagens zijn er te gast, voetgangers kunnen er zich vrij en veilig bewegen.

Vanuit de Dossinkazerne  in Mechelen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog 25.267 mensen gedeporteerd naar concentratiekampen in Duitsland en Polen. Tijdens de jaren zeventig werd het kazernegebouw opgedeeld in appartementen. Enkel de voorvleugel bleef in handen van de Vlaamse Gemeenschap, die er in 1995 het Museum voor Deportatie en Verzet in onderbracht. In 2007 werd door middel van een Open Oproep een ontwerper aangesteld voor de bouw van een nieuw museum, de renovatie van de bestaande kazerne en de aanleg van de openbare ruimte in het projectgebied. Het project maakt deel uit van een breder masterplan voor de herontwikkeling van de Tinelsite, gelegen langs het noordelijke deel van de Mechelse stadsring.

Een hof, geen gewoon stadsplein

Het projectgebied bestaat uit (een deel van) het oude kazernegebouw en een voormalig arresthuis aan de overzijde van de tussenliggende straat. Het terrein wordt gekenmerkt door hoogteverschillen van meer dan een meter. De ruimte tussen beide gebouwen was grotendeels door het gemotoriseerde verkeer ingenomen, verschillende materialen en elementen kwamen er gefragmenteerd voor. Het projectgebied ligt namelijk op een zeer ruime T-splitsing die de verbinding maakt tussen de Edgar Tinellaan, die onderdeel is van de stadsring, en de Goswin de Stassartstraat, een belangrijke weg van en naar de oude stadskern.

Het nieuwe museum is niet in het kazernegebouw zelf ondergebracht, maar op de plek van het tegenoverliggende arresthuis. De openbare ruimte tussen kazernegebouw en nieuw museum realiseert de verbinding tussen beide gebouwen en behoort mee tot de museale ruimte. Ze is dan ook gemaakt tot een hof en niet tot een gewoon stadsplein. Daarom is de bestaande oude stadsmuur verlengd met een nieuwe wand die samen met de gevels van het kazernegebouw en het museum het hof bijna volledig omsluit. Deze nieuwe stadsmuur, met een doorgang voor het gemotoriseerde verkeer naar de Tinellaan, bepaalt de ruimtelijkheid van het hof en reduceert de geluidsbelasting van de ringweg. Het verlaagde stuk van de muur en het daarop aansluitende RVS-hekwerk begeleiden de bezoekers die met de bus arriveren op een veilige manier naar het plein, langsheen een gerestaureerde treinwagon die tijdens WOII werd gebruikt bij de deportaties.

Van gevel tot gevel

De inrichting van de ruimte is sober, met hoofdzakelijk een halfharde ondergrond van gebroken kalksteen. Voetgangers kunnen zich vrij over het volledige hof bewegen. Op de belangrijkste routes, in het verlengde van de trottoirs, langs de gevels en tussen beide hoofdentrees zijn loopstroken aangelegd, verhard in uitgewassen beton. De hoofdrijbaan bestaat uit hetzelfde materiaal, net als de overige elementen zoals de betonnen keermuur, een lange zitbank en de anti-parkeerpaaltjes. Beton en kalksteen hebben dezelfde kleurtint en sluiten aan bij het materiaalgebruik van de kazerne en het museum, waardoor een ruimte ontstaat die van gevel tot gevel doorloopt.

Vier geknotte lindes maken, accuraat gepositioneerd diagonaal over de ruimte heen, een harmonisch geheel. De meer dan zeventig jaar oude bomen zijn afkomstig van de kloostertuin achter de nieuwbouw en zijn letterlijk doordrongen van de geschiedenis. Ze zijn in ere hersteld en krijgen een bijzondere plek tussen de gebouwen, waar hun knoestige vorm de verstilde ruimte kracht bijzet.

De reeds aanwezige gedenktekens werden behouden en kregen een meer centrale plaats in het nieuwe ontwerp.  Een vierkant rooster van vlaggenmasten maakt herdenking en signalisatie mogelijk.

Zone 30

Wagens zijn te gast in het hof, dat was de voorwaarde en tevens de grootste uitdaging. De Goswin de Stassartstraat blijft een belangrijke verbindingsweg tussen het stadscentrum en de ring, al wordt hij nu beperkt tot één rijrichting. Een uitvalsweg uit de stad wordt verzoend met een plaats voor bezinning.

Het aanrijden geschiedt in een zone 30. Een verkeersdrempel aan de voet van de helling van het hof remt de automobilist af. De drempel valt samen met de overgang van de stedelijke materialen naar het materiaal van de verharding van het hof. Op het hof ontbreekt ook een overduidelijk tracé. Hierdoor kunnen voetgangers de weg op een veilige manier kruisen en zich vrij bewegen tussen kazerne en museumgebouw. De hoogteverschillen op de site worden overbrugd door een combinatie van een aantal licht hellende vlakken, zonder de integrale toegankelijkheid uit het oog te verliezen.

De hoogtelijnen en de wandelroutes, vastgelegd in het masterplan van het toekomstige park achter het museumgebouw, worden gebruikt om de zuidelijke entree van het hof en de overgang naar de Goswin de Stassartstraat vorm te geven. Passend in het lijnenspel en aansluitend op de hoogteverschillen van de site en het masterplan is een licht hellend pad voorzien bij de hoofdingang van het museum, een keermuur op het uiteinde van de Nokerstraat en een trap van vijf treden aan de Goswin de Stassartstraat.