Home>Project>Kanunnik Petrus Jozef Triestplein, Melle
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Kanunnik Petrus Jozef Triestplein, Melle


Gideon Boie en Fie Vandamme

Het klassieke ziekenhuis is een verzameling gesloten gebouwen met een specifieke functie. In de tussenruimte rest de patiënt weinig behalve een gapende leegte van gemillimeterd gazon. In deze benepen geografie hebben heel wat alledaagse bezigheden geen plaats. Het Kanunnik Petrus Jozef Triestplein komt hieraan tegemoet. De monumentale buitenruimte is een leeg gebouw dat een ruimte van mogelijkheden opent in het hart van de psychiatrische campus.

In het najaar van 2014 bogen artsen, directie, personeel én patiënten zich over de ruimtelijke inrichting van het psychiatrische centrum Caritas in Melle. Tijdens een gesprek met patiënten in de afdeling voor dagactiviteiten was één van de vragen wat te doen met het Sint-Jozefgebouw. De sloop van het statige gebouw zorgde voor heel wat wrevel en gemopper. Dat gesprek zette de toon, er gingen steeds meer stemmen op om de ruïne van Sint-Jozef nuttig te gebruiken als basis voor de geplande activiteitenzone. Het leek plots absurd om eerst erfgoed uit 1908 af te breken en vervolgens te moeten nadenken over de vormgeving van een nieuwe activiteitenzone op dezelfde plek.

Nieuw programma van eisen

Geholpen door vertraging in sloopwerken ten gevolge van asbestverwijdering kwam het bestuur terug op zijn eerdere beslissing tot sloop. Het schreef een nieuw programma van eisen uit op basis van de verlangens die onder de gebruikers leefden. Er werd een schets meegegeven waarin een deel van het gebouw als ruïne bleef staan en de ondergrondse watertank benut werd voor het creëren van een rietveld. Sint-Jozef moest een plaats voor recepties zijn, maar evengoed een plek om te schuilen, te zitten, te roken, te paintballen, te dromen en nog veel meer. In de aanbesteding stelden de architecten voor om het hele gebouw in zijn bestaande staat van afbraak open te stellen. Werkgroepen met artsen, directie, personeel én patiënten werkten het ontwerpvoorstel verder uit.

Centrale plek op de campus

Alle vensteropeningen op het gelijkvloers zijn omgevormd tot deuropeningen die het gebouw vanuit alle windrichtingen toegankelijk maken. De benedenverdieping presenteert zich hierdoor als een verlengstuk van het gazon. De keldervloer is opengemaakt en voorzien van een trap met tribune. Grind wordt ook binnen gebruikt als ‘vloerbekleding’. Op de eerste en tweede verdieping zijn de oorspronkelijke slaapzalen terug vrijgemaakt. Hier en daar is de vloer weggesneden. Doorheen de openingen priemt in de ene kamer de kruin van een boom en in de andere kamer een glazen serre. Een belangrijke ingreep is de spiegeling van de veranda aan de achterzijde van het gebouw. Het gebouw verliest hierdoor zijn voorzijde.

Het gebouw is nu een centrale plek op de campus en legt relaties met aanpalende gebouwen, waar het die vroeger de rug toekeerde. Sint-Jozef is nu een overschot aan ruimte. Een complexe leegte met variërende mate van toegankelijkheid, daglicht, doorzicht, geslotenheid, geborgenheid, natuur, collectiviteit enzovoort. De ruimte is open voor eender wie op eender welk moment en voor eender welk doel. Om veiligheidsredenen is de toegang tot de verdiepingen voorlopig enkel opengesteld tijdens de dag.

Startpunt en stapsteen

Het nieuwe Kanunnik Petrus Jozef Triestplein is een uniek startpunt van de grote verbouwing van het psychiatrische centrum. De eerste realisatie is een lege, ruïneuze constructie. En toch vormt Sint-Jozef een pars pro toto van het psychiatrische centrum van de toekomst. In de klassieke geografie bestaat een ziekenhuis uit een loutere verzameling van gebouwen verspreid over het gemillimeterde gazon. De monumentale buitenruimte schept in de gapende leegte een ruimte van mogelijkheden.

Tegelijk is het Kanunnik Petrus Jozef Triestplein een stapsteen naar de omgekeerde vermaatschappelijking van de psychiatrische zorg. De droom om het leven van patiënten deel te maken van het stedelijke weefsel blijkt in de praktijk niet zo evident. Bovendien dreigt het psychiatrische centrum achter te blijven als onwezenlijke ruimte. Het nieuwe plein is het startpunt om het psychiatrische centrum uit te bouwen tot een volwaardige attractiepool in het stedelijke weefsel.