Home>Project>Kapucijnenvoer, Leuven
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Kapucijnenvoer, Leuven


De historische Voer, een zijriviertje van de Dijle, werd na meer dan een eeuw overwelving terug opengelegd. De Kapucijnenvoer transformeerde tot aangename groene verblijfsruimte, de chaotische verkeerssituatie werd aangepakt om zo een veilige schakel in de fietsas tussen de binnenstad, het sportkot en de Arenbergcampus te creëren.

Context

De Kapucijnenvoer ligt aan de rand van de Leuvense binnenstad, daar waar de Voer vroeger de stad binnenstroomde en uitmondde in de Dijle. Begin vorige eeuw leverde De Voer nog water voor de inwoners en de industrie van de stad, tot ze overwelfd werd en plaats moest maken voor een schraal grasveldje.
Door haar ligging – in het verlengde van de Boudewijnlaan, een verbindingsweg naar de E314 – evolueerde de Kapucijnenvoer naar een belangrijke verkeersas van en naar het stadscentrum. De invulling ervan was echter chaotisch en zonder veel uitstraling.
De aanleiding voor deze opdracht was de slechte toestand van de Voerkoker onder de oostelijke rijweg. Gaandeweg wijzigde echter het oorspronkelijke concept –de renovatie van de koker – in het gedeeltelijk terug openleggen van de Voer en een heraanleg van de Kapucijnenvoer.
Het project verenigde verschillende doelstellingen: een duidelijke verkeerssituatie creëren, de Voer terug zichtbaar maken in het stadbeeld, de waterhuishouding verbeteren en de beeldwaarde van de Kapucijnenvoer opwaarderen. De uitdagingen situeerden zich zowel in de boven- als onderbouw.

Beleving rond het water

Vandaag kan je in de Kapucijnenvoer weer genieten van zicht op water. Dankzij de heraanleg werd een historisch element, dat verwijst naar de stedelijke en economische ontwikkeling van Leuven, in ere hersteld.
De opengelegde Voer werd verplaatst naar de westelijke gevelrij. Het reliëfverschil werd opgevangen door een kade te creëren, die fungeert als woonbalkon voor de woningenrij. Met de boven- en benedenkade werd extra belevingswaarde gecreëerd.

Langs de Voer werd – onder zachte helling – een centrale groene parkzone aangelegd. Hiervoor werd een stuk ruimte van de rijstrook weggenomen. Aan beide uiteinden werden enkele intieme plekken onder een paar massieve bomen toegevoegd. De koppen werden afgerond met een minerale ruimte. In het noorden vormt deze ruimte de overgang naar een smaller binnenstedelijk profiel van de weg.

Een mooie entree voor Leuven

Door de Voer te verleggen van een koker onder de rijweg naar een open ligging aan de oostzijde, wordt meer beleving in het stille gedeelte van deze brede ruimte gerealiseerd. De rijweg werd verplaatst naar één kant en aan de zijde van het oude slachthuis kwam een brede wandel- en fietsstrook.
Dankzij de heraanleg ontstond een belangrijke schakel voor het zachte verkeer. Langs het water loopt nu een duidelijke fietsas vanuit de binnenstad richting Arenbergkasteel. De iets diepere ligging van de waterkant creëert een natuurlijke afstand met de drukke tweevaksweg.

Technisch denkwerk voor boven- en onderbouw

De technische moeilijkheidsgraad manifesteerde zich voornamelijk in de onderbouw. De alluviale ondergrond bleek zettingsgevoelig en onder de minder doorlatende bovenlagen met veen stonden de watervoerende grindlagen onder spanning. Het vergde heel wat denkwerk om hiervoor een duurzame, technische en economisch haalbare oplossing te vinden.
De kaaien werden uitgevoerd in baksteenmetselwerk, bovenaan afgewerkt in Belgische blauwe hardsteen en een eenvoudige stalen reling. De pleintjes op de kop werden aangelegd in zwart basalt in mozaïek formaat.

Samenwerking en participatie

Sweco werkte voor dit project samen met de stad Leuven, Aquafin en de Vlaamse Milieu Maatschappij Afdeling Water. Omdat de Kapucijnenvoer aansluit op de ring van Leuven, was ook het Agentschap Wegen en Verkeer betrokken.
In het ontwerp werd getracht de soms tegenstrijdige wensen van alle partijen samen te brengen in één coherent voorstel. Er ging veel aandacht naar participatie van de opdrachtgevers en actoren (zoals De Lijn) en er werd waar mogelijk geanticipeerd op de maatschappelijke randvoorwaarden, zoals bereikbaarheid, fasering en hinderbeperking.