Home>Project>Keizersberg, Leuven
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Keizersberg, Leuven


Na de aanleg van een westelijke toegang en van wandelpaden werd in een tweede fase de oostelijke ontsluiting van het Keizersbergpark gerealiseerd. Die sluit aan bij de Vaartkom, een zone in volle ontwikkeling waar zich de komende jaren duizenden mensen zullen vestigen.

In 2009 schonken de monniken van de Abdij Keizersberg hun park in erfpacht aan de stad. Groenbeheer Leuven legde de westelijke toegang en de wandelpaden aan en stelde het park open voor het publiek. Keizersberg is nu de groene long voor het nieuwe, hippe woonuitbreidingsgebied aan de Vaartkom.  Door extensief onderhoud liggen de hooilanden er poëtisch en ongedwongen bij. Schapen die het glooiende weiland van de bestaande boomgaard begrazen, versterken dit beeld. Bij de aanleg van de wandelpaden ging bijzondere aandacht naar toegankelijkheid, goede afwatering en inpassing in het (historische) kader. Omdat dit historisch gezien voor Leuven een belangrijke plek is – Keizer Karel bracht er een deel van zijn kinderjaren in een middeleeuwse burcht door – werd ook veel zorg besteed aan de her en der in het park verspreide informatieborden.

Ontsluiting park

Het nieuwe park had evenwel geen directe voetgangersrelatie met het centrum van de stad. Ook aan de oostzijde, kant Vaartkom, drong een nieuwe ontsluiting zich op. Door de recente ontwikkelingen in deze zone zullen zich de komende jaren duizenden mensen rondom de Keizersberg vestigen. Aan het ontwerp voor de ontsluiting ging een volledig historisch onderzoek vooraf omwille van de rijke geschiedenis van de Keizersberg en het feit dat enkele elementen ervan geklasseerd zijn. Vanuit dat onderzoek konden beslissingen genomen worden.

Oostelijke toegang

Door de nieuwe ontwikkelingen langs de Vaartkom, met name de aanleg van het Engels plein en de nieuwe invalsweg naar Leuven werd in de eerste fase gekozen voor de uitvoering van de oostelijke ontsluiting. De zuidelijke ontsluiting voor de rechtstreekse verbinding met het stadcentrum is voor een volgende fase. Om de nieuwe invalsweg aan de Vaartkom te realiseren was het noodzakelijk om ongeveer 25 meter van de Keizersberg af te graven. Naar analogie met de bestaande keermuren moesten nieuwe keermuren gebouwd worden om het afglijden van de heuvel te voorkomen. Door de instabiliteit van de Keizersberg, een getuigenheuvel, was het noodzakelijk om een dicht netwerk van grondankers (10 meter lang) in te boren die de keermuren stevig verankeren in de heuvelwand. Tijdens de uitvoering van de werken moesten nog enkele onbekende problemen opgelost worden, onder meer de moeilijkheid van de onderaardse tunnels en gangen die het Engelse leger doorheen de hele berg had gegraven en waarvan niemand de juiste loop kende.

Twee trappenpartijen

De nieuwe keerwand is, zoals de bestaande, zeven procent meehellend met de heuvel aangelegd, in bruut gekloven Belgische blauwe hardsteen (hergebruik). Voor de nieuwe oostelijke toegang is de zes meter hoge muur ‘ontdubbeld’. Tussen beide muren is een trappenpartij geïntegreerd, met een tussenplateau en een bovenplateau met uitzichtterras. De plaats van de nieuwe toegang is zorgvuldig gekozen in functie van de verkeersveiligheid, de oversteekplaatsen en het prachtige uitzicht op de lengteas van de Vaartkom.

De trappenpartij, eveneens uitgevoerd in ruw bewerkte Belgische blauwe hardsteen, zorgt voor een directe voetgangersverbinding tussen het niveau van de Vaartkom en het niveau van de voetgangersweg (op de historische tramweg). Dit pad in grijze porfierkeien sluit via een tweede trappenpartij en drie openingen in de geklasseerde bakstenen vestigingsmuur naadloos aan op het boven gelegen stadspark. De tussenplateaus van de trappenpartij zijn verhard in platinekasseien, zoals gebruikt in de Vaartkom. Leuningen en balustrades zijn uitgevoerd in cortenstaal.

De beplanting is volledig inheems en bestaat vooral uit soorten die de grond van de taluds vasthouden (acacia, meidoorn, sleedoorn, Symphoricarpus). Op de tussenplateaus van de trappenpartij zijn eiken aangeplant.