Home>Project>Koning Boudewijnpark, Jette
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Koning Boudewijnpark, Jette


Drie elementen structureren het heringerichte centrale deel van het Koning Boudewijnpark: de paden, het water en enkele bijzondere plekken. Het resultaat is een levendige plek met veel ruimte voor natuur en recreatie. Het project past in het interventieschema van Brussel Leefmilieu voor het hele park.

Het Koning Boudewijnpark strekt zich weids uit in de vallei van de Molenbeek, in het noordoosten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het is een geheel van parkzones, vijvers, bossen en graslanden van bijna 100 hectare, doorsneden door een fijnmazig padennetwerk. Als onderdeel van de vallei van de Molenbeek vormt het een aangenaam traject voor zachte mobiliteit langs de Groene Wandeling.

Masterplan

Om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de verschillende actuele verwachtingen en tegelijkertijd het historische en ecologische karakter te bewaren, stelde Brussel Leefmilieu een interventieschema voor het hele park op, opgedeeld in deelzones. Zo werd de Molenbeek blootgelegd om overstromingen beter te kunnen bufferen en om de vallei beter te ontwikkelen en te promoten als tastbare biotoop voor fauna en flora.
Een sleutelrol in het interventieschema is weggelegd voor de herinrichting van het centrale deel, waar de E. Toussaintstraat het park doorsnijdt. Het raakvlak met de wijk is er groot en dat zorgt voor een heel intens gebruikte ruimte. De meeste sport- en spelvoorzieningen van het park komen in deze beperkte zone samen. Bovendien wordt ze doorsneden door de lokale E. Toussaintstraat, die noord- en zuidwijken met elkaar verbindt. Er passeert hier ook een buslijn van de MIVB.
Kenmerkend voor de vroegere toestand waren de vele taluds en lage struikgewassen die de zichten naar de vallei blokkeerden. De E. Toussaintstraat was door haar profiel en de aanplantingen langsheen de weg een barrière voor de parkbezoekers. Sommige wandelpaden en het fietspad waren in slechte staat en weinig verweven met het omliggende woonweefsel. De sport- en spelinfrastructuur was verouderd en bediende niet alle doelgroepen van het park.

Drie structuren: paden, water en bijzondere plekken

Het ontwerp stemt de verschillende ruimteclaims doordacht op elkaar af, zodat een levendig park ontstaat met veel ruimte voor natuur en recreatie. Er zijn drie structurerende elementen: de padenstructuur, het water en bijzondere plekken.
In de eerste plaats versterkt een vloeiend netwerk van paden de functionele hiërarchie van de padenstructuur, die bezoekers doorheen het park leidt. In vormentaal en materialisatie zijn fiets- en wandelpad totaal verschillend, zodat ze afzonderlijk goed functioneren en samen de ruimte beter structureren. Via de paden kan de bezoeker het park doorkruisen, maar het netwerk is fijn genoeg om lusjes in het park zelf te maken. De planmatige figuur resulteert in een spel van oscillerende lijnen van oost naar west. Soms liggen fiets- en wandelpad dicht bij elkaar, soms ver uiteen. Dit benadrukt hun afzonderlijke karakter en schept kansen voor de steeds wisselende tussenliggende ruimtes: wadi’s, speelplekken, plantvakken…  De doorsnijding van het park door de E. Toussaintstraat vraagt om een specifieke aanpak. Door het ontwerp wordt de weg visueel in het park geïntegreerd. Verkeer is voortaan te gast in het park en domineert niet langer de ruimte.
Om het water als structurerend element te kunnen aanwenden, werd de Molenbeek opengelegd met afwisselend steile en luwe oevers.  Zo ontstaat een asymmetrisch, maar ecologisch interessant profiel.
Ten slotte zoomt het ontwerp strategisch in op enkele bijzondere plekken, die onderling verbonden zijn door een centrale entree en samen het vitale deel van het hele park vormen. Hier stelt het park zich maximaal open naar de buurt en fungeert het als ‘forum’ voor toekomstige en tijdelijke functies, zoals mobiele horeca of terraszones.  Door het centrale talud aan de westkant weg te halen, komen
de vernieuwde speeltuin en de bestaande eendenvijver bij elkaar te liggen: een avontuurlijke plek voor de allerkleinsten, met een groen karakter en contact met het water. De oeverzone van de eendenvijver leent zich als een veilige en kindvriendelijke plek. De vergrote zandbak reikt voortaan tot aan de omliggende paden en taluds, waardoor de speeltuin direct verbonden is met de padenstructuur. Door de creatie van de oevers langs  de opengelegde Molenbeek en taluds langs de sportvelden ontstaat  in het oostelijke deel van het park een glooiend valleilandschap.
Tijdens het ontwerpproces ontwikkelde het ontwerpteam tijdelijke installaties om bewoners en gebruikers extra te motiveren om zich betrokken te voelen bij de uitwerking van de basisconcepten.