Home>Project>Manchesterlaan, Antwerpen
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Manchesterlaan, Antwerpen


De vernieuwing van de Manchesterlaan en omgeving is een onderdeel van de uitvoering van het masterplan Luchtbal. De laan, de zijstraten en de binnenpleinen zijn nu aangename ontmoetingsplekken op mensenschaal. Doorwaadbaarheid, heldere lijnen, vrije gebruiksruimte en consequent materiaalgebruik zijn kernwoorden.

De sociale woonwijk Luchtbal is tussen 1920 en 1970 gefaseerd tot stand gekomen. In die vijftig jaar waren verschillende stedenbouwkundige concepten in zwang. De Manchesterlaan ligt op de grens van twee uitgesproken concepten die Luchtbal kleuren: een sfeervolle tuinwijk enerzijds en modernistische woontorens anderzijds. Ten noorden van de laan staan de eerste grondgebonden woningen gebouwd in de stijl van een tuinwijk, volgens de Engelse principes van de jaren 1920-1930. Eind de jaren 1930 werd de tuinwijk over de volledige lengte van de Manchesterlaan afgerond met enkele middelhoge gebouwen van de architecten Berger en Stijnen. Het deel van de wijk ten zuiden van de laan dateert van het begin van de jaren 1960. Het wordt gekenmerkt door het CIAM-concept van de rationele stad met strikt functionele zoneringen. Hier staan zes hoge woontorens omgeven door open ruimte. Volgens dezelfde modernistische principes werd de Manchesterlaan opnieuw aangelegd. Het nieuwe, zeer brede, kale en versteende wegprofiel liet geen enkele dialoog tussen de tuinwijk en de torens toe. De massieve voorgevels droegen bij tot de strikte scheiding.

Nieuw openbaar domein

In 2007 werd het masterplan Luchtbal opgemaakt. Het stelt het verbeteren van het woonpatrimonium in functie van een verhoogde sociale mix voorop. De heraanleg van de Manchesterlaan en omgeving maakt deel uit van de uitvoering van het noordelijke deel van het plan. De Manchesterlaan, die een onoverbrugbare ruimte was, is aanzienlijk versmald. Zo kwam er plaats om een aangenaam publiek domein te creëren. De middelhoge gebouwen van Berger en Stijnen zijn afgebroken. De nieuwe middelhoogbouw (Poponcini en Lootens) maakt in hoogte een goede overgang tussen de tuinwijkwoningen in het noorden en de woontorens in het zuiden. De nieuwe binnengebieden grenzend aan de tuinwijkwoningen vinden over de versmalde laan heen aansluiting bij de grote, groene open ruimte rond de torens.
De drie binnentuinen en de omliggende straten zijn een centrale plek in de vernieuwde wijk. Een egaal mineraal vlak laat verschillende gebruiksmogelijkheden toe zonder deze op voorhand vast te leggen. De open ruimte accentueert de monumentaliteit van de omliggende woontorens. Daarom zijn bomen niet ingeplant als structurerende elementen, maar zijn ze veeleer groene accenten in het straatbeeld. Toch verzachten deze groenobjecten het beeld en garanderen ze een groene continuïteit.

Drie binnentuinen

Terwijl de nieuwe gebouwen aan de straatzijde worden gekenmerkt door speelsheid, was dit niet voelbaar aan de binnenkant. De grenzen van de privétuinen waren zo vastgelegd dat een monotone smalle gang het binnengebied overheerste. Door de grens van de achtertuintjes de variatie in de voorgevel te laten volgen, is een bijkomende plek voor verademing en ontmoeting in het binnengebied gecreëerd. De afwisseling van smalle doorgangen en brede kamers verrijkt de beleving van het doorwaadbare gebied. Gelet op de soms grillige vormen van het binnengebied en om een druk bestratingspatroon te vermijden, is er gekozen voor een rustig, homogeen ‘tapijt’ in halfverhardingsmateriaal. De halfverharding benadrukt het intiemere karakter van de semipublieke, introverte binnentuinen tegenover de open, brede en verharde woonstraten eromheen.
In de centrale ruimtes van het binnengebied zijn grote architectonische zitelementen in beton geplaatst, ze ondersteunen de logische looproutes. De vormentaal van de zitelementen is gelijkaardig in de verschillende tuinen. Doordat ze gesloten zijn, doen ze ook dienst als planten- en boombakken. De brede betonnen zitranden, spelprikkels en clusters van aantrekkelijk groen slingeren speels doorheen de binnentuinen, doorbreken de lange zichtlijnen en accentueren de kleinschaligheid van de tuinen.

Eenheid in materiaalgebruik

In de Manchesterlaan en de tuinwijkstraten Belfaststraat, Bristolstraat en Cardiffstraat zijn consequent dezelfde materialen gebruikt. Heldere en leesbare lijnen staan voorop. Hierdoor ontstaat een rustig straatbeeld dat toelaat om het groen bewust in te plannen. In de drie zijstraten is er geopteerd voor Prunus serrulata ‘Accolade’ (Japanse sierkers) die de tuinwijk ondersteunt. Voor de Manchesterlaan viel de keuze op solitaire informele bomen. Onder meer Quercus robur (zomereik), Tilia cordata ‘Böhlje’ (winterlinde), Ulmus ‘Lobel’ (iep) accentueren de nieuwe architectuur.