Home>Project>Ossenmarkt, Antwerpen
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Ossenmarkt, Antwerpen


Autovrij verblijfsplein

Voor bewoners, studenten en toeristen is het weer aangenaam toeven op de Ossenmarkt. Het verkeer werd van het plein geweerd. De bomen en het straatmeubilair benadrukken de nieuwe ruimtelijkheid van het plein dat van gevel tot gevel werd aangelegd.

De Ossenmarkt ligt in de Antwerpse binnenstad, tussen de Winkelstraat en de Van Hobokenstraat, en vlakbij het Frans Halsplein, dat gelijktijdig werd ontworpen. Ondanks die strategische ligging was het plein voor zijn heraanleg donker en weinig aantrekkelijk. Het werd toen nog langs drie zijden ontsloten en had daardoor een beperktere oppervlakte dan nu. De ruimte van het plein werd ingenomen door te dicht tegen elkaar aangeplante bomen – waardoor het plein zeer schaduwrijk was – en door allerlei los van elkaar staande constructies, waaronder tuinhuisjes voor de voedselbedeling. In 2004 besliste het district Antwerpen om het plein te vernieuwen tot een aantrekkelijk, autovrij verblijfsplein voor bewoners, toeristen en studenten met aandacht voor meer ruimte en licht, en plaats voor activiteiten en terrassen. Het nabijgelegen Frans Halsplein zou een meer besloten buurtplein worden met bijzondere aandacht voor kinderen en senioren.

Verkeersstroom doorgeknipt

Het beeldkwaliteitplan voor de Atheneumbuurt vormde de basis voor de ontsluiting van de Ossenmarkt en zijn omgeving. De belangrijkste ingreep was het verkeersarm maken van het plein, waarbij de doorsteek voor het verkeer tussen de Korte Winkelstraat en de Pieter Van Hobokenstraat werd opgeheven. Dit betekent dat het plein enkel nog op de ‘koppen’ ontsloten wordt door verkeerslussen: de lus Pieter Van Hobokenstraat-Lange Winkelstraat in het westen en Lange Sint-Annastraat-Korte Winkelstraat in het oosten. Ook in deze straten werden de verkeersstromen gereorganiseerd. Het plein blijft wel toegankelijk voor brandweer en stadsreiniging, en voor laden en lossen.

Bollentapijt op de koppen

Het autovrij maken van het plein maakte het mogelijk om een samenhangende en open ruimte te creëren van gevel tot gevel. Het district Antwerpen had de ambitie om het plein eenvoudig en rustig te houden en niet te overladen. Deze uitgangspunten werden vertaald in een eenvoudige ontwerpstructuur: een samenhangende onderlegger in gebakken kleiklinkers in waalformaat en strips van gevel tot gevel in blauwe steen die de ruimtelijkheid benadrukken.

Op de koppen van de Ossenmarkt kwam een bollentapijt als alternatief voor de traditionele paaltjes die parkeren moeten verhinderen. De speels ingeplante bollen geven het plein een herkenbare kop en bovendien zetten ze aan tot spelen.

Het straatmeubilair, zowel de bollen aan de randen als de verspreide, maar lineair gepositioneerde zitbanken, werden zorgvuldig ingeplant tussen de strips.

Aan de zuidelijke zijde van het plein is er een strook voor laden en lossen. Deze wordt ook gebruikt door de stadsreiniging en de brandweer. Om parkeren tegen te gaan ligt de strook lager dan de rest van het plein en is ze afgeboord met een metalen profiel. De verharding van het plein is er wel doorgetrokken.

De mooie, volwassen bomen op de Ossenmarkt zijn zoveel mogelijk behouden. Om meer licht en ruimte te creëren en de strakke, originele contour van het plein te doorbreken, werden selectief de minder kwalitatieve bomen gerooid en enkele nieuwe bomen ingeplant. Met het oog op het behoud van de bestaande bomen zijn verhoogde rechthoekige stalen boomkaders aangebracht.

Voedselbedeling behouden

Vóór zijn heraanleg werd de Ossenmarkt gebruikt voor voedselbedeling. Hiervoor stonden permanente constructies op het plein. Het district Antwerpen wilde de voedselbedeling zeker behouden, de ontwerper vreesde dat de ruimtelijke openheid van het plein in het gedrang zou komen. Beide bezorgdheden werden op een originele manier met elkaar verzoend. Er is in een centrale open ruimte voor voedselbedeling voorzien zonder dat permanente constructies nodig zijn. In het plein zijn ankers ingewerkt om een tentstructuur aan te bevestigen die steeds tijdelijk kan worden opgesteld.