Home>Project>Poorten Nationaal Park Hoge Kempen
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Poorten Nationaal Park Hoge Kempen


Het Nationaal Park Hoge Kempen is het grootste aaneengesloten natuurgebied van Vlaanderen. Het is een uniek landschap, gevormd door de Maas die hier tijdens de laatste ijstijden een puinkegel van stenen en zand afzette. Bovendien is het gelegen in de Limburgse mijnstreek: een regio die nog steeds op zoek is naar nieuwe economische impulsen na de sluiting van de steenkoolmijnen. Het gebied heeft enorme potenties voor natuur, mens en toerisme. In 1998 werd het initiatief genomen om hier een Nationaal Park op te richten. Op 13 maart 2006 was het Nationaal Park Hoge Kempen een feit. Het strekt zich uit over zes gemeenten: Genk, As, Dilsen-Stokkem, Maasmechelen, Lanaken en Zutendaal.

Poorten in huisstijl

Het gebied werd aanvankelijk niet gezien als één geheel. Het was een opsomming van talloze natuurgebiedjes en privé-ontginningen met elk hun eigen signalisatie en inrichting. Om tot een eenvormige inrichting van het uitgestrekte gebied te komen, was een sterke visie over de ‘Stijl en Sfeer’ van het Nationaal Park nodig Pas dan kon er sprake zijn van één park en kon de streek ondergedompeld worden in de ‘geest’ van het Nationaal Park.

Er werd gekozen voor een concept van ‘poorten’. Elk van de zes gemeenten krijgt een eigen poort, gekoppeld aan bestaande recreatieve initiatieven. Ze liggen net buiten de grenzen van het Nationaal Park. De poort is de eerste ontmoeting met het Nationaal Park Hoge Kempen. Hier moet de boodschap van het Nationaal Park zijn ingang vinden. Vanaf hier treedt men in de voetsporen van de natuur, zoals het logo het aankondigt.

Vanaf het moment dat het Nationaal Park wordt betreden, stapt de bezoeker in een andere wereld. Men had kunnen opteren voor een belerend bordje “opgepast hier betreedt u …. “. Daarvoor is uitdrukkelijk niet gekozen, wel voor een concept waarin het poorteffect wordt uitgewerkt als een beleving. Het is de plek waar de bezoeker wordt ontvangen en naar het Nationaal Park wordt geleid. In het concept van elke poort wordt de overgang uitvergroot tussen enerzijds de rust, de natuur, het ongeorganiseerde, het onbekende, de minimale inrichting en anderzijds de drukte, de cultuur, het georganiseerde, het vertrouwde en de ontworpen bebouwde omgeving. De poort zelf bevat alle elementen van deze overgang.

De inrichting van de poorten wil verrassen. Het concept werkt met elementen die aangereikt worden vanuit de tegenstelling. Er ontstaan nieuwe belevingseffecten met een eigen identiteit per poort. De beleving van een andere wereld te betreden, wordt uitvergroot door de inrichting van de poort. De overgang, de stap in of uit het Nationaal Park Hoge Kempen is een ervaring op zich.

Streekeigen materiaalgebruik

De inrichting van de poorten kan niet worden gestandaardiseerd en is per poort op maat gesneden. Elke poort heeft haar ontwerp. Er wordt wel gewerkt met een zeer beperkt aantal inrichtingselementen die voor eenheid in het park zorgen. De inrichting van de poorten gebeurde aan de hand van vier elementen die typerend zijn voor de streek: berggrind, solitaire eiken, inlands hout en schrale grasbermen.
De stenen kunnen geplaatst worden als menhirs en boombeschermers, keien worden gestapeld tot muurtjes en schuilplekken, grindkiezel wordt gebruikt als open verharding enz.
Inlands hout (eik, acacia en kastanje) vormen het basismateriaal van de inrichtingselementen die in contact komen met de huid van de bezoeker: informatiedragers, zitbalken, zitbanken, afscheidingen, paardenstallingen enz. Hout is een zeer warm, natuurlijk en hernieuwbaar materiaal.

Op strategische plaatsen in de poorten, op toegangswegen en op zichten over de gras- en heidelanden zijn solitaire eiken aangeplant. Vlakten en bermen met schrale gras- en heidevegetaties geven ruimte, lucht en licht in een overwegend dicht bebost gebied. De bermen zijn zodanig gesitueerd dat er zichtlijnen worden gecreëerd. Ze ondersteunen het beeld en leiden het zicht en doen dienst als parking, picknickweide of ligweide.

In plaats van standaard straat- en parkmeubilair te gebruiken, werd meubilair ontwikkeld dat specifiek bedoeld is voor het Nationaal Park. Alle meubilair is eveneens opgebouwd door gebruik te maken van de vier inrichtingselementen. Op die manier ontstaat een eenvormig geheel dat de identiteit van het Nationaal Park kracht bij zet.

In de ontwerpfase zijn schetsen gehanteerd als communicatiemiddel. Naderhand werden ze omgezet in een technisch ontwerp. Op die manier kwam een catalogus tot stand voor de realisatie van het meubilair van het Nationaal Park en haar omgeving.