Home>Project>Rector de Somerplein, Leuven
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Rector de Somerplein, Leuven


Het Rector De Somerplein is één van de centrale pleinen in Leuven. De herwaardering ervan verzoenen met hoge functionele eisen op het vlak van openbaar vervoer was de kern van de ontwerpopgave. Het ontwerp is een architecturale evenwichtsoefening tussen de integratie met de historische omgeving en het behoud van de eigen identiteit.

Het Rector De Somerplein, vroeger het Fochplein geheten, lag er wat rommelig en gefragmenteerd bij te midden van recent opgewaardeerde publieke zones zoals de Grote Markt, het Martelarenplein, de Bondgenotenlaan. Het was een drukke en complexe verkeerszone. Het plein fungeerde als belangrijk punt voor de stedelijke buslijnen, maar bood onvoldoende comfort aan de busreizigers. Het kon evenmin zijn betekenis als representatieve publieke ruimte in het stadscentrum waarmaken. De stad en De Lijn werkten daarom samen aan de herinrichting van het Rector De Somerplein en het Margarethaplein. Beide pleinen moeten een nieuwe dynamiek genereren en zijn een scharnierpunt in een volledig her aan te leggen netwerk van winkelstraten: de Bondgenotenlaan, de Diestsestraat en de Tiensestraat.

Open stedelijke verblijfsruimte

Het was geen eenvoudige opgave om de vele ontwerpdoelstellingen te verzoenen: ruimte voor de stromen van openbaar vervoer, een goed functionerende stedelijke bushalte, plaats om veel fietsen te stallen, aandacht voor de voetgangers, de wens om de verblijfsfunctie van het plein op te versterken, een hoge ruimtelijke kwaliteit. Bovendien was het een uitdaging om te streven naar een plein dat doorheen de tijd een esthetische en ruimtelijk kwalitatieve entiteit blijft zonder nadrukkelijk het beeld te bepalen. De identiteit van het stadsplein wordt immers ook in een belangrijke mate bepaald door de historische omgeving.

In het ontwerp is er specifiek aandacht voor de instandhouding van het plein als open stedelijke verblijfsruimte. De verkeerssituatie is grondig gewijzigd. De halte voor het openbaar vervoer krijgt een belangrijke plaats en dat vroeg een voorzichtige integratie in de stedelijke omgeving. De vroegere compacte bushalte is uitgerekt. Er is een ondergrondse open fietsparking. Het autoverkeer wordt nagenoeg volledig geweerd. Dat alles maakt dat er ruimte is gewonnen die inzetbaar is om de verblijfsfunctie te versterken.

Ondergrondse fietsenstalling

Met de beleving en de sociale veiligheid als uitgangspunten is een fietsenstalling gecreëerd met veel glas en natuurlijke lichtinval. Hiertoe zijn in het ontwerp aan beide zijden trappenpartijen opgenomen, die op de glaspartijen aansluiten. De noordelijke trap is als een amfitheater. De vormgeving is zodanig dat de trap ook aangenaam is om op te zitten. De toegankelijkheid van de fietsenstalling is vanuit verschillende richtingen verzekerd door een hellend vlak en fietsgoten. De fietsparking herbergt een fietsverhuur- en herstelpunt, en publieke sanitaire voorzieningen en lockers. Hij is als gebouw duidelijk aanwezig op het plein. Gezien de visuele impact van de luifel en de glazen gevel is ervoor gekozen het plein in een rustige architecturale vorm uit te voeren. De lijnen en bewegingen versterken die centrale ingreep.

Glazen wand

Een bijzondere uitdaging voor de ontwerpers was de verzoening van functionaliteit en veiligheid van de verschillende modi (voetgangers, fietsers, bussen, lokaal verkeer…) met architectuur. Het hoogteverschil tussen de rijweg en het lager gelegen pleingedeelte vroeg een robuuste veiligheidsband: glazen wanden met serigrafie, die de bushalte begeleiden, zijn de oplossing.

Voor de bushalte is een hedendaagse staalstructuur ontworpen met voldoende overdekte wachtplaatsen, een kiosk en een publieke lift naar de fietsparking en het sanitair. De luifel bestaat uit een glooiend glazen dak ondersteund door een roestvrij stalen draagstructuur.

De hellingen en trappartijen naar de fietsenstalling functioneren ook als een toegankelijk en aangenaam verblijfsgebied. Aan de noordzijde zijn enkele zitbanken en platanen ingeplant, parallel aan de grote trappartij. De vrije ruimte tussen banken en gevels kan worden ingenomen door terrassen.

Het ontwerp is een architecturale evenwichtsoefening tussen de integratie met de huidige omgeving en het behoud van de eigen identiteit. Gezien het belang van duurzaamheid en identiteit is er enerzijds gekozen om de aanwezige materialen uit de omgeving behoedzaam door te trekken op het plein, anderzijds zijn nieuwe materialen verwerkt in de architecturale oplossing voor de bushaltes.