Home>Project>Speellandschap Heesakkerpark, Overpelt
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Speellandschap Heesakkerpark, Overpelt


Het speellandschap Heesakkerpark is een natuurlijke speelplek in Bosland, het grootste en meest kindvriendelijke boscomplex van Vlaanderen. Het ontwerp vertrekt van de typische zandbodem en begroeiing. Water, zand en reliëf vormen de basis voor verschillende speelvormen. Nagenoeg alle speelelementen zijn vervaardigd uit begroeiing die op de locatie te vinden is.

Als voormalig heidegebied nabij de Dommelvallei is het landschap het instrument bij uitstek om een vernieuwde constellatie tussen de verschillende landschapscomponenten te scheppen, om oude verbanden te herstellen of te reconstrueren. Het is bovendien als collectieve ruimte uiterst geschikt om zijn identiteit verder uit te bouwen. Het genereren van een bijzondere attractie, het speellandschap Heesakkerpark, bevordert de identificatie van de bezoeker met de weidsheid van het landschap.

Landschapskenmerken

Heesakkerheide was in de tijd van Ferraris een gebied met natte heide en werd in de tweede helft van de 19e eeuw beplant met naaldhout op een arme zandgrond als een uitloper van het Kempens Plateau. Het zand waaide plaatselijk op tot duinmassieven, elders sleet het uit met vennen tot gevolg. De ondergrond was echter nat, door de ligging in het deelbekken van de nabije Dommel. De vallei-invloed reikt tot het ontwerpgebied, wat resulteert in een hoog grondwaterpeil. De bodemcondities én de historische transformaties zorgen voor een specifieke vegetatie.
Deze tweeledigheid vertaalt zich in de voorkomende boomsoorten: enerzijds boombestanden gekenmerkt door Berken-Eikenbos, anderzijds bestanden met opgaand hooghout van Grove den, Corsicaanse den en Douglasspar als hoofdboomsoort.

Verankering in de omgeving

Bestaande boswegels vormen de verbinding tussen Heesakkerpark en het omringende landschap, tussen het speellandschap en de vallei van de Dommel. Op het uiteinde van de boswegels, aan de rand van de open ruimte, liggen twee instapplekjes. De instapplek of canvas is als een ‘mysterieuze structuur waar alles samenkomt’. Enkele solitairen signaleren de open plek en creëren de schakel tussen de boswegels.

Zachte en woeste hoogtelijnen

De manipulatie van de hoogtelijnen is het vertrekpunt, de topografie wordt de structuur van het speellandschap. Lichte overdrijvingen modelleren een sculpturaal terrein dat het landschappelijke speelkarakter van de plaats benadrukt. De topografie strekt zich uit richting vallei.
In het speellandschap komt de blauwe ruimte voor in een dynamische wisselwerking: natuur en cultuur, rust en dynamiek. Brede geulen vormen de blauwe ruggengraat. Het systeem infiltreert in het middengebied en geeft daarmee integraal richting aan de landschappelijke invulling. Geul en (modder)plassen creëren een boeiend samenspel van landschappelijke verbeelding, van ecologie en van spel en natuurbeleving. De geulen nodigen uit tot spel waar ravotters zich nog vuil mogen maken.
Het speellandschap mikt op kinderen van verschillende leeftijdscategorieën. Daarom moet deze speelplek hun zintuigen prikkelen en hun vindingrijkheid stimuleren; een confrontatie tussen spelen en levende natuur. Water, zand en reliëf zijn geweldige speelelementen. Zij vormen de basis voor de verschillende speelvormen: horizontaal en verticaal spelen, evenwicht, fantasie- en constructiespel, speelimpulsen, groepsspel, individueel spel en contactspel.

Een groene voorzetwand

Een lichte struikenstructuur dient als groene voorzetwand en brengt landschappelijke geleding; een sequentiële opbouw vergroot de nieuwsgierigheid. Gemengde, onregelmatige struikenmassieven met inheemse en autochtone soorten creëren een voor-, midden- en achterplan of omgekeerd naargelang de gekozen instapplek. Deze extra struikengordels maken de bosrand zachter. Op termijn zijn de struiken ook fijne verstop- en speelplekken. De struikmassieven met bloem- en vruchtvorming vergroten tevens de ecologische waarde van de ruimte.

In het gras naar de wolken staren

De groene ruimte is een tussenruimte. De open graslandschappen liggen tussen de instapplekken en het speellandschap en vallen zo tussen twee werelden. Ze vormen een bordes naar de directe omgeving of in omgekeerde richting een bordes naar het speellandschap. De groene ruimte biedt uitzicht op decompressie: ruimte voor een picknick, voor recreëren, niets doen, de natuur aanschouwen, in het gras naar de wolken staren. Dat is het programma van de groene ruimte. Het is een ultieme brede ‘green’ die zich steeds kan omvormen en weer uitvinden.