Home>Project>Turnhouts Vennengebied, Turnhout
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Turnhouts Vennengebied, Turnhout


Het Turnhouts Vennengebied was ooit een enorm heide- en vennengebied waarvan nu nog enkele kleine, geïsoleerde relicten resten. De Vlaamse overheid wil het gebied nieuw leven inblazen. De blikvanger van de inrichtingswerken is een sober vormgegeven uitkijktoren met een zuivere esthetiek.

De stad Turnhout, binnenkort 800 jaar oud en bekend om zijn Begijnhof en speelkaarten, herbergt in het noorden een groene parel: het Turnhouts Vennengebied. Sinds 2001 werken de Vlaamse Landmaatschappij, het Agentschap voor Natuur en Bos en Natuurpunt vzw, met cofinanciering van Europa, samen aan het herstel van dit gebied dat zelfs op West-Europese schaal uniek is. Naast het ‘state of the art’-natuurherstel is er ook veel aandacht voor natuurbeleving en toegankelijkheid.

Uniek heidegebied

De karakteristieken die het gebied zo uniek maken ontstonden ongeveer zeven miljoen jaar geleden. De kustlijn lag toen tussen Arendonk en Turnhout, en het gebied bestond toen uitsluitend uit slikken en schorren, zoals nu typisch is voor het ‘verdronken Land van Saefthinge’. Gedurende duizenden jaren werden op de slikken laagjes klei afgezet, die vandaag nog steeds terug te vinden zijn in de bodemstructuur. Deze ondoorlaatbare ‘kleilenzen’, afgewisseld met zand en leem, zorgen voor een grote diversiteit aan leefgebieden voor planten en dieren, variërend van droog tot zeer nat. Het gebied bleef bekend voor zijn aaneenschakeling van vennen, ondiepe plassen die van nature relatief zuur water bevatten, en de uitzonderlijke libellenfauna. Planten als waterlobelia, witbloemige waterranonkel en oeverkruid, die aangepast zijn aan dergelijke extreme situaties, vinden hier nog een ideale habitat.

Door de jaren heen is het ooit immense areaal aan heidegebied sterk teruggedrongen tot een aantal kleine en geïsoleerde heideveldjes. Om dit oude Kempische landschap weer leven in te blazen, besliste de Vlaamse overheid eind jaren ’90 om via Natuurinrichting opnieuw te investeren in dit buitengebied. Hiervoor werden meerdere studies uitgevoerd, van archeologie tot zaadbanken, met als doel tot een kwalitatief hoogstaande uitvoering te komen. Er werd ook enorm geïnvesteerd in overleg met de gebruikers van het gebied (landbouwers, recreanten, …).

Duurzame uitkijktoren

De blikvanger van de inrichtingswerken is de uitkijktoren ‘Bels Lijntje’. Hij is gebouwd op een oude spoorweg tussen Tilburg en Turnhout. Nadat die spoorweg in onbruik raakte, werd de bedding omgevormd tot een grensoverschrijdend fietspad, het ‘Bels Lijntje’, dat een recreatieve attractiepool werd.

In het ontwerp van de toren staan duurzaamheid en optimale beheersing van de materialen voorop. Duurzame materialen hebben een zo klein mogelijke negatieve milieu-impact, zowel bij het produceren, het verbruiken of het gebruiken van het materiaal, als bij latere afbraak en mogelijke recuperatie of verwerking.

Er ging veel aandacht naar het integreren van het bouwwerk in zijn natuurlijke omgeving. Om de impact op de natuur te milderen, zijn sobere en eenduidige materialen gebruikt, die natuurlijk van aard zijn, met kleuren en tinten die zich goed integreren in de groene omgeving. Er werden ook zo weinig mogelijk verschillende materialen gebruikt.

Staal en hout

De structuur van de toren is opgebouwd uit standaard gewalste staalprofielen, die deels in het atelier van de aannemer, deels ter plaatse aan elkaar bevestigd werden. De keuze voor een stalen skelet ligt voor de hand: het is uiterst duurzaam, degelijk en relatief goedkoop. Het staalskelet werd warm gegalvaniseerd. Dit maakt het onderhoudsvrij en het krijgt na verloop van jaren een natuurlijke grijze patine. Alle overige onderdelen van de toren bestaan uit hout, meer bepaald Europese eik voor alle constructiehout en voor de vloeren, en Canadese ceder voor de beplanking van de gevel. Zowel het eiken- als cederhout heeft een FSC-label. Het eikenhout werd verduurzaamd om het te beschermen tegen aantasting door zwammen, bacteriën en insecten. Hout integreert zich als geen ander in een natuurlijke omgeving.

Bij de vormgeving werden experimenten niet geschuwd. De natuur diende mee als inspiratie, waardoor de vormgeving zelf mee de impact van het gebouw op de natuurlijke omgeving bepaalt. Door de toren op de berm te bouwen kon een uitkijkplatform gemaakt worden op het niveau van het fietspad, waardoor rolstoelgebruikers tot aan de waterkant kunnen komen.

Blik op de toekomst

De uitkijktoren biedt de vele passanten een uitgelezen kijk op het verloop van de inrichtingswerken, die van lange duur zijn en op het eerste gezicht zeer ingrijpend ogen.  Infoborden waarvan de informatie fasegewijs geactualiseerd wordt en een landschapstekening over 360 ° die een toekomstbeeld geeft van het landschap na de werken, zorgen voor meer achtergrondinfo. Over de jaren heen krijgen de bezoekers vanop de eerste rij een duidelijk zicht op een landschap in beweging.