Home>Project>Bedrijvenpark Waterschei, Genk

Bedrijvenpark Waterschei, Genk

Mijnterrein met toekomst

Het voormalige mijnterrein van Waterschei is ontwikkeld als een locatie voor niet-milieubelastende bedrijven in een parkachtige omgeving. De eenheid tussen het wetenschapspark en de beschermde mijngebouwen komt tot stand door het geheel te concipiëren als een streepjescode.

Bij de ontwikkeling van het bedrijvenpark Waterschei is enerzijds gestreefd naar het behoud van de belangrijkste landschappelijke en ecologische kwaliteiten -de vallei van de Stiemerbeek en de schraalheid van het huidige heidelandschap-, anderzijds zijn de bestaande imposante mijngebouwen als bouwkundig erfgoed behouden en in zichtassen gelegd.
Het mijnverleden wordt op een eigentijdse wijze naar boven gebracht door materiaalgebruik, zichtassen, inpassing van watervlakken in mijnverzakkingsgebieden en de keuze voor inheemse boomsoorten.

Strakke structuren en zichtassen

De site is strak gestructureerd door twee groene hoofdstructuren, die dwars op elkaar staan. De noord-zuidgerichte structuur verbindt het hoofdgebouw visueel met de beide terrils, het is een heidelandschap met pioniersbegroeiing. De oost-weststructuur verbindt het bedrijvenpark met de Stiemerbeek. In deze omgeving kunnen broekbosjes en waterpartijen aangelegd worden.
De waardevolle dreef vanuit de André Dumontlaan blijft integraal behouden. De dreef wordt omgevormd tot een as voor langzaam verkeer die het perspectief op de toegang van het hoofdgebouw versterkt. De zichtlijn vanuit de André Dumontlaan naar het mijngebouw wordt opengetrokken door het verbreden van de sobere, duurzaam aangelegde voetgangerszone. Bij het hoofdgebouw en de representatieve toegang tot het terrein wordt de laan met Amerikaanse eiken behouden.
Het aanliggende parkeerterrein wordt in het bedrijvenpark geïntegreerd met veel ruimte voor hoogstammige bomen, heesters en grassen.

Bovengrondse eenvoud

De eenvoud en soberheid van het ontwerp worden doorgetrokken in de gebruikte materialen. Ze refereren naar de materialen uit het mijnverleden: zwarte basaltblokken in schanskorven, blauwe hardstenen voor de voetpaden en het behoud van de rododendronmassieven.
De voorkeur gaat naar duurzame en onderhoudsvriendelijke materialen met een eigen tactiele kwaliteit. Het verticale van het hoofdgebouw vloeit over in het openbare domein, de continuïteit tussen beide vlakken wordt weergegeven door het doortrekken van de plint uit blauwe hardsteen in het openbare domein. De groenbeplanting in de vorm van grassen is een eigentijdse aanvulling.
De hoofdontsluitingsweg heeft twee rijvakken met een niet verharde middenberm die ruimte biedt voor de aanleg van een wadi. Langs de weg en in de middenberm worden paardenkastanjes aangeplant, zoals in de aanpalende tuinwijk. Het structurerende karakter van de laan wordt beklemtoond. De bosparkings zijn toegankelijk vanaf de parkboulevard. De waterdoorlaatbare parkeerplaatsen worden omrand met groenvoorzieningen. Tussen de parkeervakken worden vrijstaande berkenbomen geplant omwille van het ‘boskarakter’. De parkeerplaatsen geven toegang tot de zijlings gelegen private bedrijventerreinen.

Barcode

Om eenheid tussen het wetenschapspark en de beschermde mijngebouwen te krijgen is het geheel geconcipieerd als een streepjescode. Over het bebouwde gedeelte werd een raster gelegd.
Het verharde platform van de bouwvelden bestaat uit gridtegels gevuld met basaltsplit. Het platform benadrukt het contrast tussen het mijnlandschap en de cluster, het zwarte gesteente verwijst naar het mijnverleden. Het platform zorgt voor de nodige circulatie in functie van leveringen of nooddiensten.
Voor de inrichting van de groenstructuur is een barcode ingevoegd die zorgt voor een verweving van landschap en stedelijke infrastructuur. Het lijnenspel is doorgetrokken in het straatmeubilair, bij de inrichting van een zachte verbinding uit stapstenen of de vormgeving van de fietsenstalling in het groengebied.
Het hergebruik van water wordt sterk gestimuleerd. Regenwater wordt gebufferd door de aanleg van vijvers in de entreezone, bufferbekkens en bosparkingstroken die als wadi fungeren. Het regenwater van daken en onverharde ruimten wordt van de bedrijfspercelen afgevoerd naar grachten parallel aan de hoofdontsluitingsweg.