Home>Project>Zwin Natuur Park, Knokke-Heist
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Zwin Natuur Park, Knokke-Heist


Aan de Vlaamse oostkust realiseerde de Provincie West-Vlaanderen in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos het Zwin Natuur Park, dat een toeristische onthaalfunctie voor de Zwinstreek heeft . Een nieuw bezoekerscentrum en een heringericht natuurpark met toegang tot de Zwinvlakte focussen op natuurbeleving en natuurrespect.

De Compagnie Het Zoute verkocht in 2006 het toenmalige Zwinpark, het Vogelreservaat Zwin, aan de Provincie West-Vlaanderen. Het Zwinpark bevindt zich achter de kustduinen ten oosten van de badstad Knokke-Heist, vrij centraal in de natuuromgeving van het Zwin. Het Agentschap voor Natuur en Bos van het Vlaamse Gewest kocht de Zwinvlakte, het intergetijdengebied waar onder meer belangrijke Europese eisen van natuurbescherming gelden. De Provincie en het ANB sloten daarop overeenkomsten af om een hoogstaande natuurontwikkeling van de Zwinvlakte en de Zwinomgeving tot stand te brengen, en om het verouderde Zwinpark als een nieuw, eigentijds onthaalpark voor de Zwinstreek in te richten. Het Zwin Natuur Park omvat dit onthaalpark en het Vlaamse deel van de Zwinvlakte. Het is samen met twee andere Zwinprojecten tot stand gekomen: de natuurherinrichting van de Zwinduinen en -polders door het ANB (intussen gerealiseerd) en de duurzame instandhouding en uitbreiding van de Zwinvlakte, door het Vlaamse Gewest en de Provincie Zeeland (werken aangevat in 2016).

Criteria voor het ontwerp

De Provincie West-Vlaanderen organiseerde een internationale ontwerpwedstrijd voor het Zwin Natuur Park. Het winnende ontwerp gaf invulling aan de belangrijkste uitgangspunten van de projectdefinitie: integratie, attractiviteit, eigentijdse architectuur en vormgeving, duurzaamheid. Het aspect integratie was op drie niveaus belangrijk: landschappelijk (continuïteit van het natuurlandschap, horizontale bebouwing met beperkte bouwhoogte), eenheid van vormgeving van de verschillende projectonderdelen, en conceptuele en formele integratie met de beide andere Zwinprojecten. Het criterium attractiviteit kreeg vorm in een speels educatief aspect, toegevoegd aan de rechtstreekse ervaring en beleving van natuur en landschap, ook buiten het zomerseizoen, en gericht op het brede publiek en op uiteenlopende doelgroepen (natuurliefhebbers, gezinnen, scholen, bedrijven, verenigingen…). De eigentijdse architectuur resulteerde, na de afbraak van verouderde ongeschikte gebouwen en parkinrichting, in een eigentijdse, niet-historiserende vormgeving die functioneel en comfortabel is, ook voor mensen met een beperking. Duurzaamheid op toonaangevend niveau (internationaal erkende certificering) is ingevuld via onder meer het hergebruik van afbraakmateriaal van de verouderde infrastructuur, een gesloten grondverzet en het stimuleren van alternatieven voor automobiliteit. Deze uitgangspunten in het ontwerp werden in de realisatie van het project aangehouden, onder meer dankzij een adequate projectopvolging in een complexe fysieke en maatschappelijke context, met een geintegreerde projectbenadering over meerdere beleidsdomeinen (natuur en leefmi- lieu, toerisme en recreatie, mobiliteit…). De Provincie West-Vlaanderen ontving hiervoor in november 2016 van het Team Vlaams Bouwmeester de Prijs Wivina Demeester 2016 voor excellent bouwheerschap.

Ongerept natuurlandschap

Het vroegere Zwinpark is omgevormd tot een natuurlandschap met paraboolduinen en waterplassen. Er zijn zo min mogelijk artefacten (zoals tekstpalen) om een zuiver en ongerept natuurlandschap te behouden. Hutten, paden en pleintjes zijn op discrete wijze ingepast. De bezoekers krijgen maximaal toegang tot dit natuurlandschap zonder de vogelrijke natuur te verstoren. De gebouwen zijn aan de randen van het park ingeplant, met optimale zichten op de Zwinomgeving. Het centrale deel van het park is als een natuurlijke ruimte voor Zwin-typische fauna en flora ingericht, met waterpartijen en schiereilanden die visueel afgeschermd worden door middel van duinen, duinstruweel en rijshoutschermen. Waarnemingen zijn mogelijk via kijkhutten, kijkschermen of smalle zichten vanaf de wandelpaden rondom het waterrijke gebied. Kijkhutten, de ooievaarstoren, de luisterduin met soundscape vogelgeluiden… laten toe om de aanwezige natuur attractief te duiden voor de bezoekers. De padenstructuur is ingedeeld in drie categorieën, van integraal toegankelijke verbindingen tussen de belangrijkste gebouwen/ observatieposten tot minder toegankelijke verbindingen voor de specifiek geïnteresseerde natuurliefhebber. De grotere gebouwen, het bezoekerscentrum, het natuureducatiecentrum en het kijkcentrum zijn ontworpen als parallelle volumes en lijnen, die in het Zwinlandschap zijn geschoven. Het gevelmateriaal van het bezoekerscentrum is zwart gebeitst hout. Dat refereert aan de zwarte, Zeeuwse polderschuren. Het kijkcentrum in de zeewerende dijk is opgericht in bekist beton en is visueel ingepast in het duinenlandschap, zoals de historische militaire constructies aan onze kust.