Home>Reportage>Huisstijlelementen in openruimtegebieden

Huisstijlelementen in openruimtegebieden


Sinds een tiental jaar krijgen openruimtegebieden in toenemende mate een eigen huisstijl. Die kan de samenhang van het gebied beklemtonen, maar ook de samenwerking tussen partners in de verf zetten. Van kasteelpark tot regionaal landschap: een huisstijl is bovenal bedoeld om de identiteit van een gebied te versterken.

Wie de openbare ruimte betreedt, komt overal met huisstijlelementen in aanraking. Die liggen vaak letterlijk op straat: putdeksels kunnen heel banaal zijn, maar soms zijn het ook echte kunstwerken die uniek zijn voor een stad of gemeente. Idem voor straatnaambordjes: het lettertype en de kleurencombinatie zijn zelden dezelfde in twee aangrenzende gemeenten. Ook dienstverlening in de openbare ruimte moet in één oogopslag herkenbaar zijn. In België zijn de postbussen rood, in Frankrijk zijn ze geel. In het tijdperk van mobiele telefonie houdt Groot-Brittannië nog steeds de iconische ‘telephone box’ in ere.

Authentiek en uniek

Een huisstijl is bedoeld om een eigen identiteit kenbaar te maken die met niets anders kan worden verward. Een huisstijl moet authentiek en uniek zijn. Tegelijk is terughoudendheid aangewezen. Het zijn niet de huisstijldragers die bepalend zijn voor de identiteit van een plek. Ze zijn hoogstens een toevoeging, een surplus die de eigenheid versterkt en eenheid brengt.
In de open ruimte zijn huisstijlelementen een hulpmiddel om de betrokkenheid van de bezoeker te verhogen en een ‘hier en nergens anders’-sfeer op te roepen. Daarvoor is overal dezelfde basis aanwezig: het landschap. Het bocagelandschap van Voeren kan je niet verwarren met de woestijn, ook al gaat het in beide gevallen om open ruimte. Het landschap bevat tal van aanknopingspunten om een huisstijl op te baseren. Dat kunnen punten en lijnen zijn, zoals een pittoresk kapelletje of een holle weg. Ook structuren, zoals oude spoorwegbeddingen, dijken of forten, komen in aanmerking.
Vaak bestaat het landschap uit herkenbare patronen zoals vijvers, hoogteverschillen of boscomplexen. Zulke elementen zijn bepalend voor de identiteit van een gebied en daardoor ook een dankbare basis voor de ontwikkeling van een eigen beeldtaal. Die gaat verder dan een logo op signalisatie en informatiepanelen. De huisstijl krijgt vorm in meubilair, specifieke beplanting, paden en speelelementen.

Samenhang verhogen

Er kunnen meerdere redenen zijn om een huisstijl in een gebied te brengen. Waar ruimtelijke samenhang verloren gaat door bebouwing en versnippering, kan de installatie van een eigen huisstijl een manier zijn om de herkenbaarheid opnieuw te verhogen. Zo werkt het samenwerkingsverband ‘Forten en Linies in Grensbreed Perspectief’ aan een overkoepelende huisstijl voor alle forten van de Staats-Spaanse Linies, de Fortengordels rond Antwerpen en de Zuiderwaterlinie. Deze forten liggen verspreid over drie Vlaamse en twee Nederlandse provincies. Door de geografische spreiding en het weinig coherente beheer, zijn de meeste forten geïsoleerde eilandjes geworden. Een huisstijl helpt om de samenhang van het historisch militaire erfgoed over de gemeente-, provincie- en landsgrenzen heen opnieuw te versterken.
Omgekeerd kan ook: een gebied dat geografisch samenhangt maar administratief versnipperd is. Hoe vaak gebeurt het niet dat in één gebied huisstijlelementen te vinden zijn van meerdere gemeenten en terreinbeheerders? De ruimtelijke samenhang wordt ondermijnd doordat bijvoorbeeld de inrichting van een wandelpad in een bos verandert op de gemeentegrens. In zo’n geval brengt een overkoepelende huisstijl samenhang in de logo’s, lettertypes, zitbanken en speeltuigen van de betrokken gemeenten of grondbezitters. Waar de bereidheid tot samenwerking groot is, gooien de partners hun eigen huisstijl overboord om een gemeenschappelijke huisstijl te adopteren. Voorbeelden zijn het Gentse Parkbos en het Limburgse vijvergebied De Wijers.

Omvang bepalen

Een huisstijl kan op diverse niveaus voorkomen. Het kan gaan om een duidelijk afgebakend geheel met een relatief beperkte oppervlakte zoals een recreatiepark, dierentuin of landgoed. Een stad of gemeente situeert zich een niveau hoger. Hier zorgt een huisstijl voor uniformiteit over een uitgestrekter grondgebied. Zo beschikt de stad Antwerpen over een ‘Straatmeubilaris’ waarin de toepassing en de types straatmeubilair (zoals zitbanken, vuilnisbakken en lantaarnpalen) voor het grondgebied van de stad zijn beschreven. Een lichtplan kan ook beschouwd worden als een vorm van huisstijl: het brengt samenhang in het nachtbeeld van de stad over een groter gebied.

Nog een trap hoger zitten we op het niveau van een landschapspark: het strekt zich uit over meerdere gemeenten, soms over de provincie- of landsgrenzen heen. Het Nationaal Park Hoge Kempen, het ‘prinsheerlijk platteland’ de Merode en het Rivierpark Maasvallei zijn hier voorbeelden van.
Op een volgend niveau is er sprake van regionale huisstijlen. Die verbinden meerdere landschapstypes en maken het grotere samenhangend geheel leesbaar. In Vlaanderen werkt Waterwegen en Zeekanaal NV aan een huisstijl voor alle gebieden binnen het Sigmaplan. Dat moet overstromingsgevaar inperken langs het volledige Scheldebekken, van Gent tot Diest en van Vilvoorde tot Doel.
Zelfs op nationaal niveau vinden we huisstijlelementen voor openbare ruimten. De National Trust in Groot-Brittannië zorgt voor uniforme signalisatie en onthaalinfrastructuur voor alle gebieden onder haar beheer, zonder afbreuk te doen aan de eigenheid van elk domein. In België is elk groot station herkenbaar aan de vier gekleurde zuilen bij de hoofdingang.
Op internationaal niveau zijn de voorbeelden van ‘open ruimte huisstijl’ zeldzaam, maar toch: wie kent de rood-witte markeringen van de GR-routes niet?

Variatie en gelaagdheid

Een huisstijl wordt vertaald in een waaier aan dragers met uniforme materialen, kleuren en vormen. Losse elementen zoals signalisatie, infoborden en zitbanken brengen orde en eenheid in een gebied door hun eenvormigheid. Gebouwen en constructies zoals een vogelkijkhut, uitkijktoren, vlonderpad of brug kunnen daar eveneens deel van uitmaken.
Met een compositie van meerdere elementen zoals picknickplaatsen, fietsenstallingen, infopanelen en speelelementen kan een onthaalzone worden ingericht. Op die manier ontstaat een hiërarchisch onderscheid tussen prominente en minder belangrijke plekken.
Ook levende dragers kunnen de gebiedsidentiteit versterken. Zo staat in het Rivierpark Maasvallei bij elke picknickplaats een meerstammige es. En wat te denken van de vrijlevende ooievaars die zo typisch zijn voor dierenpark Planckendael? Zelfs streekeigen veerassen zoals het Kempens schaap of het Westvlaams rood rund zijn karakteristiek voor een bepaalde regio. Die variatie en gelaagdheid van dragers zorgt ervoor dat de huisstijl in een gebied alomtegenwoordig en onontkoombaar is. Van zodra een openruimtegebied toegankelijk is en een verhoogde belevingswaarde heeft, wordt het vanzelf een publieke ruimte.