Home>Project>Centrale Werkplaatsen, Kessel-Lo
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Centrale Werkplaatsen, Kessel-Lo


De voormalige industriële site Centrale Werkplaatsen onderging de voorbije twintig jaar tijd een grote gedaanteverwisseling. Van een groot, ommuurd en ondoordringbaar terrein in het centrum van de Leuvense deelgemeente Kessel-Lo evolueerde het tot een levendige stationswijk, dankzij een stevige stedenbouwkundige onderlegger en de doorgedreven inzet van architectuur van gebouwen en publieke ruimte. Het project toont het belang van een hoogwaardige autovrije publieke ruimte voor de stedelijke verdichting van een stationsomgeving.

De Centrale Werkplaatsen (NMBS) was een gesloten industriële site met grote hallen voor het onderhoud van locomotieven en rijtuigen, en een ruim spooremplacement. In de jaren ‘80 van de vorige eeuw verloor het terrein zijn oorspronkelijke functie. Naar aanleiding van de stedenbouwkundige studie van de stationsomgeving in het begin van de jaren ‘90 maakte het Projectteam Stadsontwerp o.l.v. Marcel Smets een eerste oefening die het potentieel van de site duidelijk maakte voor de Stad Leuven, die de terreinen dan ook verwierf. In 2003 werd de ambitie verhoogd. Door het inbrengen van een stedelijk plein moest de voormalige blinde vlek een nieuw hart voor Kessel-Lo worden: een bloeiende, hedendaagse woonwijk met tal van andere functies zoals een gemeenschapscentrum, een tekenacademie en een jeugdcentrum.

Architectuur van de gebouwen en van de publieke ruimte

De eerste bouwfase voor woningen werd toegewezen via een aannemer-architectuurwedstrijd. Pas na de opstart van dit project werd in 2006 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor de publieke ruimte. Het winnende team stelde voor om een masterplan voor de publieke ruimte te ontwikkelen voor de hele site, om meer te kunnen sturen op de kwaliteiten van de open ruimte. Dit zou ook toelaten om een dialoog aan te gaan met de vele architecten van de verschillende bouwfases die nog zouden volgen, en de mogelijkheid openen om de architectuur van de gebouwen af te stemmen op de architectuur van de publieke ruimte.

Autovrije centrale as

De Centrale Werkplaatsen waren uiteraard verbonden met het spoornet. Door de herinrichting van de oude spoorbedding tot een fietsers- en voetgangersas sluiten de bestaande wijken en de nieuwe wijk naadloos aan op de recent verbrede onderdoorgang van het station van Leuven en het vernieuwde stationsplein.

Het tweede concept is een L-vormig ‘park-plein’ bestaande uit twee delen. Het eerste deel is een buurtpark met paden, bomen en banken. Het tweede is een open, groene ruimte als een evenementenweide in het verlengde van de geklasseerde hallen. De evenementenweide heeft een stenige tegenhanger met het stedelijke plein tussen Hal 4 en de stedelijke academie met daarboven sociale woningen. Door een strip van beplantingsvakken en een reeks van luie treden vanaf de Diestsesteenweg ontstaat een drempelruimte tussen de lokalen van de academie en het plein. De ontwerper stelde voor om elementen van deze strip ook te gebruiken voor lichtinval naar de ondergrondse parkeerzone. In de loop van het planningsproces werd deze zone omgevormd tot een ‘fietsafhandelcentrale’, die bijkomend een half ondergrondse ‘vitrine’ en een publieke toegang aan de Diestsesteenweg kreeg.

Tussen de woningen zijn er autovrije leefstraten. Door de beperkte hoogte tussen de drempel van de woningen en de balken van de ondergrondse parking is gekozen voor ter plaatse gestort beton en een centrale lineaire goot, en voor centraal opgehangen pendelarmaturen die met een kabel aan de gevel bevestigd zijn. De zaagsneden van de betonplaten volgen het onderliggende grid van de bebouwing. Op het eerste gezicht is dit een harde, minimalistische oplossing maar die wordt hoe langer hoe meer verzacht en gekleurd door het dagelijkse gebruik. De kinderen en vervolgens hun ouders eigenen zich immers de autovrije straten toe.

Sporen van het verleden in een hedendaagse aanleg

De gebruikte materialen sluiten aan bij het industriële karakter van de site: beton, metaal en hout. Op de pleinen is met ter plaatse gegoten betonelementen gewerkt, als een grote mozaïek met kleur- en textuurverschillen. Het tracé van enkele sporen is opgenomen in de omgevingsaanleg. De bomen van de esdoornfamilie zijn onderhoudsarm en hun herfstkleuren vormen een mooie combinatie met de baksteenarchitectuur van de oude hallen en de nieuwbouw.