Home>Project>The Floating Island, Brugge
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

The Floating Island, Brugge


‘The Floating Island’ is een prikkelende publieke ruimte in de Brugse binnenstad. Dit drijvende eiland overschreed de grens tussen straat en reien. Het kaartte de historische rijkdom van de Brugse reien aan en toonde hoe de Brugse waterwegen kwalitatief kunnen worden ingezet. ‘The Floating Island’ maakt deel uit van het kunstenparcours van de Triënnale 2018.

Brugge is met haar goed geconserveerde historische centrum opgenomen op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. De reien en de middeleeuwse stadsstructuur zijn unieke elementen die van Brugge een prachtig stadslandschap maken. Voor de Triënnale Brugge 2018, met als thema ‘Liquid City’, werden internationale kunstenaars en architecten uitgenodigd om na te denken over de toekomst van Brugge. Zij zochten inspiratie in de rol van het vloeibare element dat de stad letterlijk doorkruist en omringt. In de binnenstad werden vijftien tijdelijke kunstwerken, installaties en ontmoetingsplekken opgebouwd. Ze vormden een gastvrij parcours dat mensen op onverwachte plekken samenbracht.

Drijvend paviljoen

Het Zuid-Koreaanse architectenbureau OBBA (Office Beyond Boundries Architecture) bracht samen met het lokale architectuuratelier Dertien12 een kleine, tijdelijke verandering in dit prachtige stadslandschap aan. ‘The Floating Island’ is een drijvend paviljoen in een lange slingervorm dat probeert de strikte grens tussen de reien en de straat te vervagen en de mensen naar het water te leiden. Zo worden de reien niet louter een fotogenieke plek maar ook een prikkelende publieke (bewegings)ruimte in de Brugse binnenstad om te wandelen, te rusten, te reflecteren en te genieten van het water.

Nieuwe aanblik

Het paviljoen bestaat uit een aaneenschakeling van pontons met daarop een stalen frame dat een slingervorm beschrijft. Hierop is een witgelakte stalen structuur bevestigd van twee gebogen stalen buizen die met elkaar verbonden zijn door stalen kolommen. Rond deze buizen zijn touwen gewikkeld. Die vormen een soort bewegelijk gordijn dat reageert op het licht en de wind, en dat een fluïde barrière is die soms het zicht belemmert en dan weer opent. Op deze manier krijgt een gekend landschap een verfrissende nieuwe aanblik. Het dek is afgewerkt met houten steigerplanken. Die geven het een zachtheid om op te verpozen.

Plek van vreugde en bezinning

De geweven touwen, die refereren naar de typisch Brugse kant, creëren verschillende vormelijkheden en bakenen ruimtes af op het slingerpad. Bezoekers kunnen zonnebaden op het houten dek, leunen tegen de schuine touwen, rusten in de hangmatten, kijken naar de wolken en de hemel. Ze kunnen op de rand zitten en tot rust komen door het stromende water te waarderen, een boek te lezen of te bezinnen terwijl ze alleen in de ronde ruimte zijn. Of ze kunnen zich uitleven op de schommelballen die hen tot net over de rand van het paviljoen brengen. Zo is ‘The Floating Island’ een plek van vreugde en bezinning, en breidt het de grenzen van de handelingen en percepties uit. Het vervaagt de grens tussen het (dagelijkse) leven en kunst, en is een rustige verandering in het vertrouwde stadslandschap van Brugge. De reien keren terug naar het hart van de burgers, vormen nieuwe relaties met hen en stromen onophoudelijk.