Home>Project>Tuin provinciehuis, Antwerpen
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}
Ongecategoriseerd

Tuin provinciehuis, Antwerpen


Het contrast tussen het nieuwe en het oude provinciehuis is groot. Dat geldt ook voor de ruimte eromheen. De site rond het vroegere provinciehuis was afgesloten, een parking met wat groen verstopt achter het kolossale gebouw met bijgebouwen. Het nieuwe provinciehuis heeft een groene tuin, open en vrij toegankelijk, autovrij en fietsvriendelijk, en groot door het compacte grondvlak van één nieuw gebouw. Dat de tuin bijdraagt aan sfeer en kaderschepping is een understatement.

Ruim tien jaar geleden besliste de provincie Antwerpen om een nieuw provinciehuis te bouwen. Renovatie bleek geen optie, alle constructies op de site werden afgebroken. Soms zijn drastische oplossingen nodig om ruimte te maken voor de toekomst. Het nieuwe provinciehuis opende eind 2019, in de zomer van 2020 volgde de tuin van bijna 2,4 hectare. De provincietoren staat nu middenin een groene oase en past bij het bestuur dat de provincie wil zijn: transparant en duurzaam. Het provinciehuis is een nieuwe landmark in de Antwerpse skyline en een modern en efficiënt kantoorgebouw, de tuin is een nieuwe groene long in de stad.

Open tuin

De selectie van een ontwerper voor een nieuw provinciaal hoofdkwartier met congresvoorzieningen gebeurde via een Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester. In de briefing was opgenomen dat er een maximum aan open buitenruimte moest komen rondom het duurzame iconische ontwerp. De parking is volledig ondergronds gegaan en ook het congresgebouw is deels verzonken. De toren priemt 57,7 meter hoog de lucht in en is omgeven door grasvelden, paden, struikgewas en bomen. Het oude tuingedeelte is dankzij de torsie in de toren maximaal zichtbaar. De vroegere omheining en slagbomen zijn volledig verdwenen. De omgeving van het provinciehuis veranderde in een open tuin, die alle dagen vrij toegankelijk is. Een enorm grasveld bedekt als intensief groendak de ondergrondse parking. Nieuwe aanplanting omzoomt de tuin aan de buitenzijde en langsheen de paden voor wandelaars en fietsers. Ronde uitsparingen in de wegenis bieden plaats aan opschietend groen en zelfs boompjes. De bomen rond het oude provinciehuis zijn maximaal behouden en werden tijdens het zes jaar durende afbraak- en bouwproces afgeschermd. De 154 nieuwe, overwegend streekeigen hoogstambomen en de meer dan 7000 overwegend inheemse heesters worden ecologisch beheerd. De ontwerpers zorgden voor kleur en bloei in elk seizoen.

Geen druppel gaat verloren

De provincie maakt zorgvuldig gebruik van elke regendruppel die op en rondom haar nieuwe huis valt. Hemelwater dat op het dak belandt, wordt gerecupereerd voor sanitair en koeling van het gebouw. Regen die in de tuin valt, komt niet in de riolering terecht. Langs de randen van de parking ligt een ondergronds infiltratiesysteem met kunststoffen containers. Die verzamelen het water, zodat het in de tuin kan infiltreren. De tuin telt ook enkele wadi’s, lagergelegen gebieden die in het gazon hemelwater verzamelen.

Bijzondere plek

De tuin biedt fietsers en voetgangers vrije doorgang tussen de Harmoniestraat en de Koningin Elisabethlei via een verlicht pad. In het bosgedeelte aan de noordzijde is er nog een extra wandelpad. Historische artefacten, zoals een verzonken ijskelder en rocaille, zijn maximaal behouden en geven de tuin een aparte sfeer. Wit zitmeubilair brengt samenhang in het geheel. Kunst uit de provinciale collectie is prominent aanwezig in de tuin. De fontein van Pol Bury, met z’n 42 bewegende stalen buizen, is een bijzondere plek om te verpozen. Ook een bronzen sculptuur van Bert De Leeuw is een blikvanger, glanzend in de zon.

Landschapsarchitect aan het woord

Het landschapsvoorstel is opgebouwd rond een visuele corridor, een vallei, een lichtjes verzonken gazon omzoomd door bomen met daartussen af en toe een opening die een uitzicht biedt”, zegt landschapsarchitect Michel Desvigne (XDGA). “De vorm van de vallei biedt een relevante schaal. Ze zorgt ervoor dat het nieuwe gebouw geïntegreerd wordt in een besloten landschap. Belangrijke bomen- en struikengroepen die een brede rand zullen vormen, worden voor de bestaande bomen geschoven. Die worden op deze manier naar een secundair visueel plan verschoven, waardoor ze verder weg lijken. Zo geven ze de bezoeker de illusie van een groter bomenlandschap. De achterliggende omringende wijk wordt op deze manier aan het gezichtsveld onttrokken. De ‘verdubbeling’ van de horizon en de brede groene rand geven aan de site een zekere omvang en dus ook aan het nieuwe gebouw dat zo in een bepaalde verhouding geplaatst wordt. Aan de andere kant bundelt het belangrijke groene ‘kader’ rond het centrale gazon de verschillende gebruiksvoorzieningen: toegang en circulatie. Dankzij haar eenvoud vergemakkelijkt de nieuwe accommodatie de leesbaarheid van de site ondanks de verschillende toegangen.”