Home>Project>Vistrap sluispark, Leuven
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Vistrap sluispark, Leuven


De vistrap in het Leuvense Sluispark komt tegemoet aan twee doelstellingen. Het project sluit aan bij het streven van de stad om een (be)leefbare en zichtbare Dijle doorheen Leuven te realiseren, en bij de doelstelling van de Vlaamse Milieumaatschappij om de waterkwaliteit van de Dijle en het visbestand in de rivier verder te herstellen. Een vrije vismigratie is cruciaal voor dat laatste.

Om de waterkwaliteit te verbeteren en de waterloop visueel aantrekkelijker te maken, zijn het basispeil en de doorstroming van de vierde Dijlearm verhoogd. De vistrap biedt een oplossing voor het vismigratieknelpunt aan de stuwklep en vervult in de parkomgeving van de Dijledelta een recreatieve en educatieve rol.

Als een natuurlijke waterloop

De visdoorgang is vormgegeven als een meanderende lus rond de stuw. Het niveauverschil wordt met kleine trapjes overbrugd. De vistrap is natuurlijk ingericht, met zachte oevers en ruimte voor oever- en moerasvegetatie. Hij integreert zich perfect in het Sluispark, de lengte van de groene oevers is aanzienlijk vergroot en watergebonden natuur krijgt alle kansen. Dankzij de stroming en de natuurlijke inrichting met ruwe steenblokken en begroeiing ervaren bezoekers de Dijle hier als een natuurlijke waterloop door de stad. 

Acht vissoorten

De vistrap heeft een geringere waterdiepte en stroomsnelheid dan de Dijle zelf, en ook een vrij constant debiet. Hierdoor is hij relatief veilig en gemakkelijk betreedbaar. Stapstenen door de rivier trekken spelende kinderen en andere bezoekers aan. Ze kunnen bij de vistrap op zoek gaan naar oevergerelateerde fauna en flora. Infopanelen lichten toe hoe het met de waterkwaliteit gesteld is, welke vissoorten aanwezig zijn en van de visdoorgang gebruik maken, welke vissoorten te verwachten zijn. Er valt alvast goed nieuws: al minstens acht vissoorten maken gebruik van de doorgang.