Home>Reportage>“Met licht kan je verhalen vertellen”
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

“Met licht kan je verhalen vertellen”


In 2015 realiseerde de stad Antwerpen de eerste fase van haar lichtplan. De Grote Markt, het stadhuis en enkele omliggende straten kregen een nieuwe, sfeervolle verlichting. Dit jaar waren de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal en het Conscienceplein met de Sint-Carolus Borromeuskerk aan de beurt. De komende jaren werkt de stad Antwerpen verder aan haar ambitie om een echte lichtstad te worden. Michel Gerits, projectleider bij de dienst Publieke Ruimte neemt u mee op wandel langs de realisaties van het Antwerpse lichtplan.

Susanna Antico slaagde erin om de statigheid van overdag ook ’s nachts tot haar recht te laten komen – © Schréder / M. Detiffe

Michel Gerits: “Een lichtplan opmaken en uitvoeren is een moeilijk proces met verschillende betrokken partijen. Het is méér dan het plaatsen van lampjes tegen een gevel. De stad Antwerpen voert als opdrachtgever de regie over de realisatie van het lichtplan en draagt alle kosten voor de uitvoering ervan, maar bedient zelf geen enkele knop. Eandis beheert de volledige installatie en de aansturing van het lichtplan.” Bleef de kathedraal vroeger de hele nacht in een wolk van geel licht staan, dan laat de sturing achter het verlichtingssysteem nu toe om gerichter te werken. Vanaf half twee ’s nachts wordt het licht gedimd en na drie uur dooft de verlichting. De straatverlichting neemt het dan over en alleen de toren blijft nog beperkt verlicht. Een heel verschil op het vlak van lichtvervuiling en energieverbruik.

“Een lichtplan uitvoeren is
méér dan het plaatsen
van lampjes tegen een gevel”

De netwerkbeheerder coördineert ook de uitvoering van de werkzaamheden door diverse aannemers. “Er komt een hele technische installatie bij kijken en op dat vlak was de eerste fase in 2015 een goede leerschool”, zegt Michel Gerits. “Niet alleen de lampen zelf zijn bepalend, maar ook de architectuur van de gebouwen en de plaatsing van kabels en drivers. Op de Grote Markt werden de drivers op de daken en uit het zicht geplaatst, ver van de lampen. Treedt er een defect op, dan moet je op zoek in een heel netwerk van kabels. In de tweede fase van het lichtplan werden de drivers individueel op de lampen gezet maar daardoor werden de objecten veel groter. Over alles moet dus in detail worden nagedacht met bijzonder veel aandacht voor het bouwkundig patrimonium. Want het gebouw op zich heeft geen verlichting nodig, de verlichting staat in dienst van beleving door de toeschouwer.”

“Verlichting
staat in dienst van
beleving door de toeschouwer”

Afstemmen en testen

Wanneer het om gebouwen van derden gaat, maakt de stad goede afspraken. De kerkfabriek en de provincie Antwerpen beheren de kathedraal en gaven de stad toelating om verlichting aan te brengen. Rond de kathedraal werden veertig andere gebouwen uitgelicht waar de stad volgens de politiecodex op de gevels elementen van openbaar nut mag aanbrengen.

Vaak blijkt tijdens de uitvoering van de werken dat het vooropgestelde elektriciteitsschema niet zomaar overeenkomt met wat in de praktijk mogelijk is. Zo mag er enkel in de voegen worden geboord, niet in de stenen. Niet elke aannemer weet om te gaan met de gevoeligheid van historisch patrimonium. “Werken met verlichting is boeiend omdat er zoveel bij samenkomt: monumentenzorg, de belangen van de eigenaar van het pand of het perspectief van de aannemer”, vertelt Michel Gerits. “De besteksomschrijving moet ruimte laten voor ‘trial and error’. De aannemer moet bereid zijn om sommige zaken opnieuw en anders te installeren. Dat vraagt liefde voor het vak en van alle betrokkenen ook bereidheid tot veelvuldig nachtwerk.”

Technische eisen versus ontwerpvrijheid

Eandis stelt strenge eisen aan de technische voorwaarden van verlichtingsarmaturen. Omdat deze projecten openbaar aanbesteed worden, is er bijvoorbeeld omwille van beheer en onderhoud geen oneindige keuzevrijheid aan lampen. Net zoals voor straatverlichting stelt Eandis een catalogus van armaturen en lampen ter beschikking met lineaire toestellen en kleine en grote schijnwerpers. Die keuzebeperking maakt het voor een lichtontwerper niet altijd eenvoudig.

“De kunde en betrokkenheid
van de lichtontwerper
spelen een sterke rol”

“Het vak van lichtontwerper blijft ondergewaardeerd. Als opdrachtgever moeten wij ons bewuster zijn van de kwaliteiten en de naambekendheid van de ontwerper, en die als troeven uitspelen”, vindt Michel Gerits. “De kunde en betrokkenheid van de lichtontwerper spelen een sterke rol. Elke ontwerper heeft een eigen signatuur. Fiorenzo Nameche (Light To Light) stelde bijvoorbeeld speciale lichteffecten en projectiemethodieken voor bij het nieuwe lichtontwerp van de Sint-Carolus Borromeuskerk: de manier waarop met spots een beeld wordt belicht, is bepalend voor de schaduwwerking. Twee zijdelingse spots geven een heel ander resultaat dan belichting van boven- of onderuit. Susanna Antico speelde bij het ontwerp van de kathedraal in op het harmonische geheel en het oplichten van bouwkundige accenten. De kathedraal is een symbool van de stad en Antico slaagde erin om de statigheid van overdag ook ’s nachts tot haar recht te laten komen. Voor het districtshuis van Borgerhout werken we samen met Isabelle Corten (Radiance 35). Door accenten in de verschillende lagen van het gebouw sterk te benadrukken, creëert ze een totaal ander nachtbeeld. ”

De Sint-Carolus Borromeuskerk: de manier waarop met spots een beeld wordt belicht, is bepalend voor de schaduwwerking op de barokke gevel. – © Frederik Beyens

Gelaagdheid en hiërarchie

“We creëren
een aaneengesloten parcours van
verlichte straten en gebouwen
waardoor een sfeervolle lichtwandeling ontstaat”

De stad Antwerpen werkt met een masterlichtplan als leidraad voor de toekomstige uitvoering van verlichtingsprojecten. Dat plan beschrijft drie lagen en hun onderlinge hiërarchie: de openbare straatverlichting, de openbare verlichting van de structurerende assen van de stad en de sfeerverlichting of architecturale verlichting. Een matrix bepaalt het belang van een plek of gebouw. Kerken of grote pleinen staan bijvoorbeeld hoger in de hiërarchie dan een woning in een gewone straat. Op de Grote Markt krijgt het stadhuis meer licht dan de andere historische gevels. Het standbeeld van Brabo heeft een nog andere belichting. Michel Gerits: “De hiërarchieregels zijn een onderdeel van het lichtplan. Door keuzes te maken, kan je met licht verhalen vertellen. We maken van het lichtplan zelfs een marketingelement. We creëren een aaneengesloten parcours van verlichte straten en gebouwen waardoor een sfeervolle lichtwandeling ontstaat.”

De stad Antwerpen zet intussen ook in op slimme verlichting. “Dat wordt de vierde laag van het lichtplan”, zegt Michel Gerits. “We onderzoeken hoe het sturingssysteem van Eandis kan worden gekoppeld aan andere detectoren. Stel dat er tot laat in de nacht veel volk op straat is, dan kan de verlichting worden bijgestuurd.”

Over alles moet in detail worden nagedacht met bijzonder veel aandacht voor het bouwkundig patrimonium. – © Schréder / M. Detiffe

Volgende initiatieven sturen

Het nieuwe lichtplan werd al uitgevoerd in de omgeving van de Grote Markt, de kathedraal en het Conscienceplein met hun omliggende straten. In een volgend stadium wordt gedacht aan uitbreiding via de as Groenplaats-Meir-Opera-Centraal Station. De vernieuwde kaaien met het Steen, aanlegsteiger, Vleeshuis en Droogdokkenpark worden een andere verhaallijn voor de komende jaren. Een derde spoor zijn de kernen van de negen Antwerpse districten en enkele markante gebouwen langs de Ring. Intussen laten ook particulieren zich inspireren. Michel Gerits: “We merken dat handelaars en bewoners ook aandacht krijgen voor de verlichting van hun gevel. De verlichting van een gebouw is niet vergunningsplichtig. Een van onze volgende uitdagingen wordt om daar als stad sturing aan te geven opdat particuliere initiatieven passen in een groter verhaal.”

Jan Vilain, Infopunt Publieke Ruimte
Dit artikel verscheen in tijdschrift Publieke Ruimte nr.28 (2018).