Home>Reportage>Van saai gazon tot bloemrijk grasland.

Van saai gazon tot bloemrijk grasland.


Begin jaren negentig nam de groendienst van Aalst op advies van de dienst Onroerend Erfgoed het initiatief om in het stadspark gazons om te vormen tot hooilanden. Hiermee zou het historisch beheer herteld worden en de biodiversiteit verhogen.

Historiek:

Het stadspark van Aalst werd aangelegd tijdens de eerste wereldoorlog met als doel werk te verschaffen aan werkloze arbeiders en een groene long te creëren voor de bewoners van de fabrieksstad (fig. 1). Het park werd grotendeels aangelegd in Engelse landschapsstijl naar een ontwerp van Louis-Julien Breydel.

Op oude prentkaarten is te zien dat de grasvelden niet intensief werden gemaaid (fig.2), later zouden archiefstukken dit bevestigen. Het gras (hooi) werd namelijk tot in 1948 aan plaatselijke boeren verkocht, een jaar later (1949) werd het gratis aangeboden aan plaatselijke landbouwers en vanaf de jaren vijftig betaalde de stad een landbouwer voor het maaien van de grasvelden. In de jaren zestig volgde de aankoop van een zitmaaier en werden de hooilanden omgevormd tot gazon. Het onderhoud beperkte zich de komende decennia tot gras maaien, blad ruimen in de herfst en chemische onkruidbestrijding. Het stadspark takelde langzaam af.

Vanaf de jaren negentig werd het park op een duurzame wijze gerenoveerd en onderhouden: de oude zichtassen werden hersteld, heesterborders en boomgroepen werden heraangelegd, pesticiden en kunstmest werden geweerd en waar geen behoefte was aan recreatie werd een extensief maairegime ingevoerd. Al heel snel bleek dat het verschralingsbeheer een gunstig effect had op de biodiversiteit, er verschenen bloemen maar vooral de komst van de vele wilde orchissen was een schot in de roos (fig. 3).

(fig.3) Bosorchis en grote ratelaar in een tot hooiland omgevormd gazon in het stadspark van Aalst.

Ten einde de soortenrijkdom een handje te helpen werden bloembollen van vooral inheemse soorten in het grasland geïntroduceerd. Soorten zoals kievitsbloem (fig.4), lente- en zomerklokje, winterakoniet, sneeuwklokje maar ook exoten zoals hondstand en prairielelie voelen zich zeer goed in deze hooilanden.

Een andere soort die in de hooilanden werd geïntroduceerd was de grote ratelaar (fig.5), deze eenjarige graslandsoort heeft de eigenschap om te parasiteren op grassen en helpt mee met het verminderen van de af te voeren biomassa.

Het succes van de hooilanden in het stadspark werkte inspirerend voor het groenbeheer in de ganse stad. In nieuwe parken en plantsoenen worden van bij de aanleg gazons en arbeidsintensieve borders geweerd uit het ontwerp, bij bestaande plantsoenen wordt de noodzaak aan intensief gras geëvalueerd en wordt gekeken naar de mogelijke potenties van de bestaande grasmat. In veel gevallen zijn niet bemeste gazons reeds rijk aan soorten en is stoppen met maaien of verminderen van de maaifrequentie al een goede maatregel voor een hogere biodiversiteit (fig.6).

Bij nieuwe aanleg waarbij grondverzet noodzakelijk is kan worden gezaaid, hierbij gaat de voorkeur naar mengsels met inheemse soorten, deze mix kan bestaan uit eenjarige soorten (pioniersvegetatie) en vaste planten. Die eenjarige soorten zorgen voor een explosieve bloei in het eerste groeijaar (fig.7) terwijl de vaste soorten dit pas een jaar of meerdere jaren later zullen doen.

Een meerwaarde in bestaande graslanden en weinig gebruikte gazons is de aanleg van bollengraslanden, deze leveren vooral in de lente een fraai stadsbeeld op en kunnen indien nodig in de zomer als gazon worden beheerd (fig.8).

Banale groenstroken verstopt achter een vangrail kunnen tijdelijk worden omgetoverd tot bloemrijke blikvangers (fig.9)

Een product dat ook bij nieuwe projecten kan worden gebruikt is de ‘instant bloementapijt’ (fig.10). Dit is zeer gemakkelijk toepasbaar, geeft snel resultaat en voorkomt in tegenstelling tot zaaien, dat ongewenste kruiden (vals zaaibed) zich kunnen mengen tussen de gewenste soorten.

Het resultaat is op korte tijd spectaculair (fig.11) en het onderhoud beperkt zich tot het aanhouden van een gepast maairegime (1 à 2 x /j.).

Graslandbeheer in de praktijk

Hooilanden

Op plekken waar recreatie geen prioriteit is en het bestaande grasland potenties heeft voor meer biodiversiteit, kan een maairegime van twee maaibeurten/jaar worden toegepast. Hierbij is het belangrijk dat de biomassa (maaisel) maximaal wordt afgevoerd en dat daarbij het correcte materieel wordt gebruikt (maaibalk, zwadmaaier, schijvenmaaier, klepel- zuigunit, ….). Om de potenties van een grasland te beoordelen hoef je geen specialist te zijn, kijken hoeveel en welke tweezaadlobbige soorten er reeds aanwezig zijn (fig.12) is voldoende.

(fig.12) In een niet bemest gazon zitten bloeiende planten te wachten op een ander beheer.

Sommige niet bemeste gazons hebben reeds een verassend hoge biodiversiteit en bieden kansen voor omvorming tot soortenrijk grasland. Bij het omvormen is het belangrijk om ook de grassoorten te bekijken, daarvoor wacht je best op de bloeiperiode. Soorten zoals kamgras, goudhaver en reukgras zijn indicatorsoorten voor waardevol grasland.

Bij het hooien is het belangrijk om bepaalde tijdstippen te respecteren, deze zijn te vergelijken met die voor het beheer van wegbermen: eerste maaibeurt na half juni, tweede maaibeurt na half september. Wanneer een grasland schraal genoeg is, kan de frequentie afnemen tot slechts één maaibeurt/jaar, hierdoor verminder je arbeidskosten en is er minder verstoring voor fauna in het hooiland.

Na de laatste maaibeurt kan het belangrijk zijn om het grasland nog een paar keer te maaien (met een gewone grasmaaier) vooral wanneer er veel bomen in de buurt staan. Een korte grasmat maakt het ruimen van blad en takjes tijdens de herfst en winterperiode een stuk makkelijker.

Vanuit faunabeheer is het belangrijk om bepaalde stukken niet, of pas na de winter te maaien.

Deze plekjes dienen als vlucht- en overwinteringsplaats voor dieren (insecten, amfibieën, kleine zoogdieren) maar zorgen visueel ook voor meer variatie. In Aalst gebruiken wij hiervoor de aan het hooiland palende vijveroevers.

Tip:

Bij graslanden die grenzen aan wandelpaden en wegen kan een zogenaamde ‘netheidsstrook’ voorzien worden, dit kan door een strook intensief te maaien langs de scheiding van paden en wegen, dit geeft een net beeld maar zorgt vooral dat de lange vegetatie niet over de paden groeit en dat planten zich niet gaan uitzaaien in half verhardingen.

Het aanleggen van maaipaden doorheen hooilanden verhoogd de belevingswaarde en voorkomt dat er ongecontroleerd door het hooiland wordt gewandeld, wat achteraf nefast is om het correct  te maaien.

Ruigtes

Een ruigte bestaat in tegenstelling tot een grasland vooral uit tweezaadlobbige planten, op vochtige grond kunnen zij zeer bloemrijk zijn.

Het klinkt nogal vreemd om in een stadspark ruigtevegetaties te tolereren, maar voor fauna zijn ze enorm belangrijk en ze vragen weinig onderhoud. Het onderhoud van een ruigte beperkt zich tot het verwijderen van zaailingen van houtachtige gewassen en eventueel selectief wieden of maaien van ongewenste soorten. Bij te felle verruiging kan het terrein wel volledig worden gemaaid maar dit hoeft niet jaarlijks te gebeuren. In Aalst grenst een van die ruigtes aan een gazon, de scherpe grens geeft echter een aanvaardbaar beeld en beperkt een te felle uitbreiding van de ruigtevegetatie (fig. 13).

Tip:

Ruigtekruiden houden van rijkere bodems, verschralen is hier niet echt aan de orde, maai dus enkel na de winter (eind maart/begin april) of sla een paar maaibeurten over, dat spaart energie en zorgt voor een prima habitat voor overwinterende insecten, zoogdieren, amfibieën en spinnen. De droge vegetatie zorgt tijdens de winterperiode voor sfeervolle beelden.

(Fig.13) Spontane ruigte langs de vijveroevers in het stadspark.

Gazons en recreatief grasland

Een park is er in de eerste plaats voor mensen, grasvelden voor recreatie zijn hierbij wellicht het belangrijkste element. Maar ook op deze grasvelden kan de biodiversiteit worden gestimuleerd. In het voorjaar kan er bijvoorbeeld later worden gemaaid, en de maaifrequentie kan worden beperkt. De droge zomers van de voorbije jaren zorgen sowieso voor een beperktere behoefte aan maaibeurten.

Tip:

 Bij deze maatregel is het wel belangrijk dat het correcte materieel wordt gebruikt, een muchmaaier is niet geschikt voor deze werkwijze. Maaien met opraap mag dan wel bij aanvang een stuk duurder zijn (afvoer maaisel, aankoop- of ombouw machine) op termijn gaat het zeker lonen: minder maaibeurten, verminderen van af te voeren biomassa, verhogen van de biodiversiteit.

Bollengrasland

Bollengraslanden hebben een grote meerwaarde voor het openbaar groen. Ze fleuren onze parken en plantsoenen op in het vroege voorjaar, zorgen voor voedsel voor de eerste insecten en zijn in tegenstelling tot klassieke bloemperken onderhoudsvriendelijk. Naar gelang de soortenkeuze gaat zo’n bollengrasland lang mee, veel soorten gaan zich vegetatief verjongen en sommige zullen zich uitzaaien.

Tip:

De aanleg kan machinaal gebeuren met een bollenplantmachine of kleinschalig met een mechanische plantboor. Vooral in de buurt van boomwortels is het af te raden om machinaal te planten, de bollen kunnen daar ondiep worden aangeplant en achteraf afgedekt met een mulchlaag.

Begrazing

Grasland is een vegetatietype dat op natuurlijke wijze alleen maar in stand wordt gehouden door begrazing of brand. Begrazing van grote grasvelden is dan ook de meest ecologische manier om dit vegetatietype te beheren. Er zijn drie methodes die bij ecologische begrazing worden toegepast: stootbegrazing, seizoensbegrazing of extensieve jaarrond begrazing.

Stootbegrazing gebeurt door middel van een kudde (schapen, geiten) die kortstondig wordt ingezet voor het grazen van de vegetatie, het wordt vooral toegepast op schrale vegetatietypes.

Seizoensbegrazing kan worden toegepast op kleinere terreinen, op ruigtes ter verdringing van bomen en struiken of op terreinen die gedurende de winter onder water komen te staan.  

Jaarrondbegrazing daarentegen gebeurt in een afgesloten gebied met een vooraf bepaald aantal grazers die het ganse jaar door aanwezig blijven in het terrein. Begrazing werk in tegenstelling tot maaibeheer niet verschralend, bij begrazing beïnvloed je daarentegen wel de vegetatiestructuur. Een rijke vegetatiestructuur is vooral belangrijk voor fauna. Begrazing zorgt in een stedelijke omgeving voor een bijzondere belevingswaarde: wanneer een wandelaar oog in oog komt te staan met een ruig maar rustig Gallowayrund of een kleine kudde Konikpaarden geeft dit een ‘wildernisgevoel’. (fig. 14).

Tip:

Begrazing kan alleen op grotere terreinen, hierbij wordt voor jaarrondbegrazing één dier/ha gerekend.

Begrazing gebeurt naar gelang het beheer en het vegetatietype met verschillende diersoorten. Het houden en verzorgen van dieren is een specialiteit die je dan ook best aan specialisten overlaat. Ook dieren van landbouwers kunnen worden ingeschakeld bij het beheer maar ook dan is het belangrijk dat specialisten bepalen hoeveel en welke dieren tijdens een bepaalde periode worden ingezet in het beheer.

(fig.14) Gallowayrunderen in het Osbroek te Aalst, wildernis op wandelafstand van het stadscentrum.

Maaien in tijden van Corona

Terwijl ik dit artikel schrijf is de hele wereld in de ban van het coronavirus en de daardoor genomen maatregelingen. Veel groenarbeiders zijn tijdelijk technisch werkloos als gevolg van het virus, voor hoe lang is nog niet duidelijk. De lente is in het land en de grasmat krijgt haar eerste groeischeut.

Begin april is zowat het rituele startschot voor de eerste maaibeurt in onze parken en plantsoenen. Door de genomen maatregelingen zal er in veel steden en gemeentes het gras nog nooit zo laat gemaaid zijn. Madeliefjes, paardenbloemen, klavers, ereprijs, brunel, enz. .. steken hun kop boven het gras en zorgen voor een rijk gedekte tafel voor hommels, bijen en andere insecten. Misschien leidt dit gedwongen maaiuitstel tot inspiratie voor een volgende lente? De Coronacrisis zou het moment kunnen zijn waarop wij ons bezinnen over die andere catastrofale crisis die op ons afkomt, een waartegen we ons niet kunnen beschermen met mondmaskertjes en chirurgische handschoentjes. Elke sector, dus ook de groene, moet nadenken over wat en waar ze kan bijdragen in de strijd tegen de klimaatverandering, de dalende grondwaterstand, de achteruitgang van biodiversiteit en de slechte lucht die we inademen.

Extensief graslandbeheer en de hierboven besproken beheervormen, kunnen hierbij een kleine maar niet onbelangrijke rol spelen.  

Enkele voordelen van ecologisch graslandbeheer:

  • verlaagd de onderhoudskosten.
  • verminderd de uitstoot van broeikasgassen en het verbruik van fossiele brandstoffen.
  • verhoogd de biodiversiteit.
  • verhoogd de belevingswaarde.
  • verbetert de zuurstof- en waterhuishouding in de bodem.
  • verbetert het bodemecosysteem.

In de tekst genoemde plantensoorten met wetenschappelijke naam:

  • bosorchis  (Dactylorhiza fuchsii)
  • grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius)
  • brunel (Prunella vulgaris)
  • witte klaver (trifoluim repens)
  • rode klaver (trifolium pratense)
  • kievitsbloem  (Fritilaria meleagris)
  • lenteklokje (Leucojum vernum)
  • zomerklokje (Leucojum aestivum)
  • sneeuwklokje (Galanthus nivalis)
  • hondstand (Erythronium dens-canis) (Erythronium ‘Pagoda’)
  • prairielelie (Camassia spp.)
  • kamgras (Cynosurus cristatus)
  • goudhaver (Trisetum flavescens)
  • reukgras (Anthoxanthum odoratum)

 Bart Backaert, hoofdbrigadier Team Groen Stad Aalst
Dit artikel verscheen in tijdschrift Publieke Ruimte nr. 34 (2020).