Home>Reportage>Wandelen over kennis. Mundaneum, Bergen
{"slide_to_show":"1","slide_to_scroll":"1","autoplay":"true","autoplay_speed":"3000","fade":"false","speed":"300","arrows":"true","dots":"false","loop":"true","nav_slide_column":5,"rtl":"false"}

Wandelen over kennis. Mundaneum, Bergen


In 2015 was Bergen culturele hoofdstad van Europa. Een prima aanleiding voor de Algemene Directie voor Infrastructuur van de Franstalige Gemeenschap om een architectuurwedstrijd uit voor de renovatie en uitbreiding van het Mundaneum. Het winnende ontwerp van Coton-Lelion-Nottebaert bood een verrassend antwoord op de vraag naar voldoende vierkante meters. Hun project verrijkte de stad met een binnenplein dat past binnen de architectuur errond, waar plaats is voor evenementen en waar de gebruiker letterlijk over kennis wandelt.

“Het archief- en documentatiecentrum Mundaneum
is gewijd aan de thema’s
vrede, feminisme en anarchisme”

De patrijspoort van kunstenaar Richard Venlet in het midden van het plein gunt de passanten een blik op de archieven onder hun voeten en benadrukt dat je hier op kennis wandelt. – © Stefaan Van der Biest

19e-eeuwse utopie wordt werkelijkheid

Het archief- en documentatiecentrum Mundaneum is gewijd aan de thema’s vrede, feminisme en anarchisme. Het is de ultieme uiting van een droom van de 19e-eeuwse Henri Otlet en Henri La Fontaine, die de ambitie koesterden om een allesomvattende, universele kennisbibliotheek te maken. Met dat kenniscentrum en allerlei initiatieven wilden de twee universalisme en wereldvrede promoten. Het universeel decimaal classificatiesysteem (UDC), dat vandaag nog altijd in gebruik is in bibliotheken, werd door hen ontwikkeld om de veelheid aan kennis te ordenen. In 2008 noemde een journalist van de New York Times het kennisverzamelingsproject van Otlet ‘Google op papier’.

Het universeel decimaal classificatiesysteem werd door Otlet en La Fontaine ontwikkeld om de veelheid aan kennis te ordenen. – © Stefaan Van der Biest

 “In 2008 noemde
een journalist van de New York Times
het kennisverzamelingsproject van Otlet
‘Google op papier’”

Het project van de heren Otlet en La Fontaine kreeg een plek in het Brusselse Jubelpark. Maar Otlet droomde voort van een Mundaneum in een Wereldstad. Onder anderen Le Corbusier maakte plannen en maquettes voor dat project, maar de utopische plannen stierven een stille dood. In de loop der decennia ging een deel van het archief verloren. Tot de Franstalige Gemeenschap (Fédération Wallonie-Bruxelles) de rest een veilig onderkomen bood in hartje Bergen. In 1998 opende het Mundaneum daar de deuren. Het cultuurjaar Mons 2015 was een unieke gelegenheid om het geesteskind van Otlet nieuwe zuurstof te geven.

Renovatieconcept

De uitbreiding bevindt zich deels ondergronds en een nieuw volume leunt aan tegen het museum. – © Wienerberger

Het Mundaneum is vandaag gehuisvest in de voormalige gebouwen van een coöperatieve maatschappij die hier in de jaren 30 een van de eerste Belgische grootwarenhuizen uitbaatte. Het voormalige warenhuis bestaat uit een rechthoekige zaal met galerijen op twee niveaus, ingericht naar een ontwerp van François Schuiten en Benoît Peeters. Achteraan het perceel staat een tweede gebouw dat vroeger dienstdeed als de bakkerij van de coöperatieve, een gebouw met een mooie art-decogevel gericht naar de achterliggende straat. Hierin zijn onder andere de archieven van het museum ondergebracht. Tussen beide gebouwen stonden enkele weinig waardevolle bijgebouwen en was de ruimte verder open.

“Het bestaande niveauverschil werd benut
om een ondergrondse archiefruimte te maken,
als een sokkel waarop het binnenplein rust”

Architect Gauthier Coton (Coton Architectures): “Onze opdracht was om eenheid te brengen in de heterogene situatie op het terrein. Er was aangepaste opslagruimte nodig voor de archieven en een plek om die archieven toegankelijk te maken voor onderzoekers. Daar zouden dan ook educatieve activiteiten en evenementen doorgaan. We wilden daarvoor geen nieuw gebouw ontwerpen dat een zware impact zou hebben op het stadscentrum. In plaats daarvan hebben we het bestaande niveauverschil benut om een ondergrondse archiefruimte te maken, als een sokkel waarop het binnenplein rust. Dat plein verbindt beide gebouwen en biedt ademruimte. In het eigenlijke museum hebben we alleen het onthaal licht aangepast. Het achterliggende gebouw kreeg een complete update en is nu de werkruimte voor de medewerkers van het Mundaneum. Tot slot hebben we een nieuw volume getekend dat aanleunt tegen het museum en zich duidelijk onderscheidt van de twee andere gebouwen. Daarin zitten een leeszaal, een polyvalente ruimte en een pedagogische ruimte. De terrassen fungeren meteen als vluchtweg voor het museum. Het gebouw zelf is ontworpen in beton, glas en hout met een open structuur erlangs met betonnen kolommen. Zo blijft de uitbreiding duidelijk losgekoppeld van de andere gebouwen.”

Keramisch plein als bindteken

“Voor de bestrating hebben we
een keramische klinker genomen,
zoals je die in heel Bergen terugvindt” 

Een vloer in kleiklinkers verbindt alle delen van de site. – © Wienerberger

Het binnenplein vormt de verbinding tussen de drie onderdelen van het concept. “Voor de bestrating hebben we een keramische klinker genomen, zoals je die in heel Bergen terugvindt. Zo weerspiegelt deze plek de ziel van de stad. Ook de kleine binnenplaats is typisch voor deze stad met haar vele herenwoningen met binnenplein. Achteraan is het plein toegankelijk via een grote ijzeren poort. Heel apart is de patrijspoort die kunstenaar Richard Venlet in het midden van het plein ingroef. Hij wou de passanten een blik gunnen op de archieven onder hun voeten, en benadrukken dat je hier op kennis wandelt. Het gelijkvloers van de achterbouw loopt als een patio door in de sokkel om het niveauverschil te overbruggen. Zo ontstaan er mooie en verrassende perspectieven en verbindingen tussen de verschillende sitedelen.”

De renovatie van het Mundaneum kreeg in 2017 de Grand Prix d’Architecture de Wallonie – Prix de la Reconstruction sur la Ville. Voordien al ontving het archief en museum het Label du Patrimoine européen 2016.

Staf Bellens, freelance reporter
Dit artikel verscheen in tijdschrift Publieke Ruimte nr.28 (2018).